Sado lift Europa!

Kami no te

Naar Wakayama gaan was een goede gok geweest; met enige moeite kon ik een internetcafe vinden, en de dag erna bevond ik me op de boot naar Shikoku. De trip naar de eerste tempel nam echter nogal wat tijd in beslag (de verkeerde trein nemen droeg daar wel aan bij), dus kon ik die dag voor de rest weinig meer doen. Ik besloot wat benodigdheden te kopen - een kasa (hoed), tsue (wandelstok), wat kaarten en een stempelboek. Ben meteen bij de eerste tempel de stempel op gaan halen, zodat ik de volgende dag niet terug zou hoeven. Bij een goedkope yado vond ik niet alleen slaapplek, maar ook iemand die verschillende tips gaf en op de gekochte kaarten slaapplekken aanwees.

De tweede dag begon de tocht dus echt. Tempo zit er goed in. Het lopen zelf gaat me enorm makkelijk af. Het probleem is echter de bepakking. Het is nog steeds een goede 10 kilo die ik meesleep. Maar er zit niets anders op. Je loopt overal doorheen; dorpen, langs snelwegen, door bossen, langs meertjes, op asfalt of op paden langs rijstvelden. Overal staan bordjes, maar andere henro hebben ook sticketjes geplakt op plekken waar ze maar konden: de weg kwijtraken is dus eigenlijk onmogelijk. Het enige wat je rest, is lopen.

`Ik vraag me af hoe ver het nog is naar de volgende tempel`, begon ik tegen mijn nieuwe maatje Ko. `Dat maakt weinig uit`, zei hij. `Iedereen is even ver af van het einde, even ver van het begin. Niemand begrijpt werkelijk waar hij zich bevindt, de waarheid is altijd net te ver weg om te grijpen`. Ik begreep meteen al dat Ko eigenlijk een beetje een rare is. `Er is veel verandert hoor, sinds jij die tocht liep`, probeerde ik. `Er is helemaal niks verandert`, antwoordde hij stug. `Maar we hebben nu auto`s. Mobiele telefoons. Computers. Mensen lezen gaan kaarten meer, ze kijken naar google earth met hun i-pod`, zei ik. `Dat zijn irrelevante zaken. Mensen blijven mensen, van binnen verandert er niks. Jij denkt veel te westers, in termen van vooruitgang, die jij voor het gemak gelijk stelt aan kennis. Maar kennis is geen vooruitgang. Ware kennis kan niet vooruit of achteruit, het is er gewoon. Afstand en tijd, dat zijn menselijke dingen. Met die ipod van je kun je enkel afstanden bekijken, of tijden, maar kun je er ook werkelijke kennis mee opvragen?`

Tommy loopt ook de tocht. Althans, zo moet ik hem maar noemen. We besloten ergens na tempel 7 om een stuk met elkaar te wandelen. `Ha, nu lopen we echt met zijn tweeen`, zei ik, terwijl ik naar mijn witte tas met `doukou futari` erop wees. `Met zijn drien, bedoel je zeker`, antwoorde Tommy. Ik knikte dat hij gelijk had. Tommy kent de sutra`s, dus kon ik de eerste paar tempels onder zijn gechant het gebed doen bij de tempels. Het is elke tempel hetzelfde. Je buigt voor de ingang, loopt naar de fontein, reinigt je handen en mond, loopt naar de gebedsplaats, werpt een muntje in, luistert naar het gechant van sutra`s, loopt naar het kantoortje waar je je stempel ontvangt, en gaat weer verder. Maar op een gegeven moment wordt het donker, en dan moet je ook een slaapplek zoeken. Daar begonnen Tommy en ik pas om 5 uur mee. Bij de 8e tempel konden ze ons niet helpen. We liepen wat rond, en Tommy begon het hem al aardig te knijpen. Hij kijk me een beetje geirriteerd aan. `Jij bent toch lifter. Jij weet vast wel een oplossing`. Maar zo eenvoudig gaat dat natuurlijk niet. Ik ging even een supermarktje in om iets te kopen, en toen ik buiten kwam, zat Tommy met zijn hoed voor zijn hoofd tegen een paal aan. Tommy begreep echter niet helemaal hoe het zit met de dans van de goden. Deus Ex Machina. Kami no te.

`Is er een probleem?` begon een voorbijganger. `We kunnen geen plek vinden om te slapen`, antwoordde ik. `Dat is geen probleem. Je kunt bij mij slapen, ik heb genoeg ruimte`, zei de man. Tommy stond meteen op, niet uit enthousiasme of geluk, maar uit protest. `Dat is niet nodig. Ik red het wel alleen. Ga jij je gang maar, Dennis`, zei hij. Zowel de man als ik vroegen waarom. `Nee, echt niet. Ik wil het niet`, ging Tommy verder. De man drong aan. `Zucht... voor een nacht, dan. Meer niet`, zei hij.

Eenmaal in een apart kamertje met een futon, vroeg ik hem hoe het ging. `Dit is echt fout. Zo hoort het niet. Je kunt niet zomaar bij mensen slapen, dat kan niet`, zei hij. `Hoezo niet? Ze willen ons toch helpen? Ze vinden het duidelijk leuk`, zei ik, `Nee, ze vinden het niet leuk. Je snapt het niet. Ze doen het het, omdat ze denken dat het moet. Dit is Japan`, protesteerde hij verder. Tommy was duidelijk een 100% Japans geval: alle omgang met mensen wordt vertaald in een bizar complexe wereld van hoe dingen wel, en hoe dingen niet moeten. En hulp in de vorm van blijven slapen bij mensen, die weiger je gewoon. Zoiets neem je niet aan. `Het is goed, echt waar. Toen ik liftte, deed ik dit de hele tijd. Zo gaat dat gewoon. Mensen vinden het ook gewoon leuk, ik heb zo veel vrienden gemaakt. Bij sommige ben ik zelfs nog een tweede keer geweest`, zei ik. Ik deed mijn best hem gerust te stellen. `Wat! Een tweede keer geweest! Maar dat doe je toch niet? Mensen vinden het niet leuk, echt niet. Ze lachen misschien, maar het is geen echte lach, joh!` zei hij. `Weet je`, begon ik, `morgen splitsen we op, bij tempel 9`. Hij knikte, en zei dat dat het beste was. Ik snap ineens meer van Japan.

Tegen alle zin van Tommy in, gingen we met die man mee naar een onsen. Tommy nam de hele tijd enkel dingen aan nadat het een 3e of 4e keer werd gevraagd. Nu moet je een Japanner altijd ruimte geven om een gedaan aanbod omgedaan te maken, en je moet altijd opletten of iets niet buiten proporties is. Maar zelfs kleine dingetjes gingen er bij Tommy niet in. Toch relaxte hij een beetje naarmate de avond vorderde. Vooral de onsen droeg er aan bij. Een onsen is een soort zwembed ala Center Parks, maar dan compleet in adamskostuum. Maar voor je gesloopte benen is er echt niks beters dan even een bezoekje aan een onsen. Nog even de sauna in, nog even wat gedronken. Ik heb me nog nooit zo schoon gevoeld.

Vanochtend gingen Tommy en ik weer onze eigen weg, na een goed ontbijt. Ik was dus weer alleen met Ko. `Er is nu wetenschap, weet je. Dat is kennis die je moeilijk kunt weerleggen. Je magnetron werkt omdat er gebruikt gemaakt wordt van kennis die onfeilbaar is`, zei ik. `Jij snapt er niks van, he`, antwoordde hij. `Goed, die wetenschap van jou he, die heeft nog iets anders uitgezocht. Hoe snel bewegen we nu?` vroeg hij. Beetje rare vraag. `Nou, eh, zo`n 5 kilometer per uur, gok ik, zo lopend`. Hij keek me lachend aan. `Oh ja? Op dit moment vlieg je anders met duizenden kilometers per uur op het volgende sterrenstelsel af en je draait met gigantische snelheid om de zon heen`. Ik keek hem verdwaasd aan. `He?`, stamelde ik. `En je merkt er helemaal niks van. Je loopt gewoon een eindje, terwijl je niet eens weet waarom`, concludeerde hij. Die Ko is eigenlijk maar een nare vent.

Hito wa sorezore

Ik ging met Hoshimi naar het bruiloftsfeestje (jawel, alweer) van de zoon van zijn Engelse vriend. Die man is niet echt meer Engels te noemen, want hij woont inmiddels al 40 jaar in Japan. Enkel slechts zijn jeugd in Engeland doorgebracht. Die vent heeft midden in het bos zijn eigen huis gebouwd. Ik was dit keer niet de enige buitenlander.  Bruiloften zijn grote feesten in Japan; je komt er bijna niet mee weg enkel een ja-woord te geven in het gemeentehuis. Er was muziek, stomme willekeurige spelletjes (van touwtrekken tot parcours), heel erg veel eten (iedereen nam zelf gemaakt eten mee) en er was zeker honderd man aanwezig. Later in de avond ging het feest van een halletje naar een zelf gebouwd theatertje nabij die man zijn huis waar hij een klein orkest had ingehuurd. Onder het genot van allerlei klassieke deuntjes praatte ik met een Canadees over Japan, die zelf ook al heel wat jaartjes in Japan woont. Hij begrijpt nog steeds niks van Japan, zei hij. Het werd allemaal makkelijker voor hem om het in Japan zijn te verdragen door te accepteren dat hij nooit meer zal zijn dan een `pet` (de vertaling huisdier dekt hier niet de lading), ook al probeert hij het nog zo hard. Maar zo moeilijk als hij het daarmee heeft, zo erg houdt hij van het land: genoeg om er ook te willen sterven. Maar hij was niet de enige die niks van Japanners begrijpt; Japanners begrijpen zichzelf namelijk ook niet. Ik denk inderdaad dat dat zo is; iedereen speelts slechts het spelletje mee. Maar dan nog is de vraag: wat is er dan zo erg aan het Japanse rollenspel? Wat maakt het zo ondragelijk? Is de westerse wereld zoveel beter, waarin iedereen net doet alsof hij zichzelf is? Japanners begrijpen tenminste dat je via een ander jezelf kunt zijn.

De twee Thaise vrouwen die ik in Tokyo ontmoette waren vrij intressant. Ze waren in Tokyo om onderzoek te doen naar iets waarvan ze volgens mij zelf niet helemaal begrepen wat de Engelse termen ervoor waren, maar goed, ze hadden het er in ieder geval behoorlijk druk mee: ze zaten de hele tijd enkel aan het tafeltje in de lobby aan het konbini-voedsel, en boden me van alles wat aan. `Toen ik in Thailand was, nam ik eerst de taxi naar het hotel`, vertelde ik ze. `Dat kostte me 400 baht`. `Dan ben je keihard opgelicht!`, lachtten ze. `De tweede keer nam ik de shuttlebus, die kostte me 150 baht`, zei ik daarna. Ze gaven me het mee dat dat wel goedkoper was, maar het was nog steeds te duur. `En de derde keer nam ik de lokale bus, dat was enkel 30 baht`. Ze feliciteerden me met het bereiken van de juiste prijs. Toen begon een van hen over haar bezoek aan haar zoon, die toevallig een tijdje had gestudeerd in Leeuwarden (ja, dit waren uitzonderlijke rijke Thaise vrouwen met een goed betaalde baan aan een universiteit). `Toen ik in Leeuwarden was, nam ik de taxi. Toen ben ik ook opgelicht. Ik moest 400 baht (equivalent van 10 euro) betalen om enkel de anderhalve kilometer naar het station af te leggen!`

Ach ja, misschien worden we in Nederland ook wel keihard opgelicht. Jammer is echter dat in Thailand enkel de toeristen worden opgelicht (en waarom ook niet?), maar dat het in je eigen land door je eigen landgenoten gebeurd, dat is nogal stom. Die vrouw vond Nederland wel leuk maar ze begreep niet waarom ze in Nederland zo moeilijk deden. Ze moest 65 euro betalen voor een visum van 20 dagen, ze moest een verzekering afsluiten en bewijs van een goed gevulde bankrekening overleggen. Ik legde uit dat in Rotterdam meer dan 50% van de mensen buitenlander is, en dat we proberen er iets tegen te doen. Het wordt telkens moeilijker om het imago van Nederland nog een beetje op te krikken. De enige reden waarom mensen ons nog aardig lijken te vinden is omdat ze denken dat ze in Amsterdam helemaal los kunnen gaan. Ik denk dat ik maar de taktiek van sommige Amerikanen ga gebruiken: gewoon net doen alsof ik Canadees ben. Ze geloven me toch wel. Of Australier.

Ik zat eerst te denken twee dagen te blijven maar besloot dat ik geen zin had vorig jaar te herhalen dus kocht ik via een internet een kaartje voor de avondbus naar Shizuoka, nabij Tokyo. Dat scheelde me in ieder geval het begin van route 1, waar iedereen naar het volgende dorpje lijkt te rijden. In Shizuoka een internetcafetje gepakt, en vanochtend direct langs de weg van route 1 gaan staan. Het wilde niet echt lukken en na een 15 minuten besloot ik een stukje door te lopen om van die auto`s met Shizuoka als nummerplaat af te zijn. Al lopend werd ik echter opgepikt door een vrouw die me naar het station wilde brengen. Ik had liever dat ze me naar de volgende konbini (convinience store) zou brengen, en uiteindelijk bracht ze me natuurlijk weer veel verder dan ze in eerste instantie van plan was. Daarna werd ik opgepikt door een jongen die met zijn zoontje een eindje aan het rijden was. Hij liet me ook meteen zijn hele dorp zien; daar het kasteel, hier zijn werk, daar zijn huis. Na een uur met hem had ik misschien 5 kilometer opgeschoten. Maar ach, inmiddels kan ik aan het weer al aardig zijn hoe de goden mij gestemd zijn, en ja hoor, daar kwam hij. De lift helemaal tot aan Kyoto, enkele honderden kilometers verder dan mijn doel voor die dag.

`Ik snap niks van jullie westerlingen`, bekende de man. 60, salaryman, maar eigenlijk geen salaryman (net als die andere salarymen). `Ik heb overal over gelezen. Mesopotamie, het Romeinse rijk, ik heb Engels gestudeerd. Ja, ik kan het niet spreken, maar ik begrijp het erg goed, hoor`, ging hij verder. `Maar weet je, voor mij maakt het allemaal niet uit. Jij bent Christen. Mijn vrouw is Christen. Mijn dochter ook. Ik ben Boeddhist. Maar het is ok, weet je. Als jullie in die ene God willen geloven, ik vind het goed. Ik geloof in heel veel goden. Maar ik maak er geen punt van. Ik ga er niet om knokken of oorlog om voeren. Zo zijn Japanners. Wij zijn vredevol`. Vredevol is net als een huisdier voor `pet` een vreselijk kromme vertaling van het Japanse woord heiwa. Het karakter wa staat niet enkel voor Japan, maar ook tegelijkertijd voor vrede. Dat is synoniem. `Maar wat is voor u dan de meest belangrijke god?` vroeg ik. `mijn vrouw`, antwoordde hij lachend, terwijl hij een duif die op de weg zat ontweek. `Zelfs de duiven hier willen zelfmoord plegen`, lachte hij verder. `maa ne, hito wa sorezore`, zei ik. Een populaire Japanse spreuk. Mensen zijn verschillend. Vanaf dat moment vond hij me echt aardig. `Als je weer eens in Osaka bent, bel me. We gaan wat eten, met mijn familie. Ik heb een dochter van jouw leeftijd.`

Half 9 stond ik langs de weg, 5 uur arriveerde ik in Kyoto. Ook al hing het bordje `no vacancies` voor de deur, nog ging ik naar binnen. `Wooooow!` klonk het meteen. Dezelfde man die vorig jaar ook het ritje met de Boeddhist naar de bruiloft in Yamaguchi had geregeld. Hij belde direct zijn vrienden op en na 5 minuten zaten we allemaal weer lachend rond de tafel. Plek had hij dit keer echter ECHT niet. Maakte niet uit. We keken voetbal, Japan tegen Korea. Zo sterk al Japan was tegen Argentinie, zo erg waren ze nu weer aan het klungelen. Honda kon de bal nergens kwijt. Iedereen hoopte dat hij nog een kunstje zou doen de bal alsnog in het doel te krijgen, maar het mocht niet zo zijn. Het internetcafe waar ik nu zit, voor het station, is peperduur, en behoorlijk slecht. Ik mocht nog even douchen in een ander hostel waar ze me wederom net als vorig jaar in hebben kunnen smokkelen. Om het binnen de perken te houden qua kosten staat de wekker om half 7; het is nu half 2. Morgen ga ik de man van de bruiloft zelf ontmoeten, want vorig jaar had ik uberhaupt niet de kans gekregen om met hem te praten. Maar er is wel een nachtje goed hotel in het vooruitzicht, dat heb ik wel even nodig.

Ik overweeg een gok te nemen richting Wakayama, waar vandaan er een boot schijnt te varen naar Shikoku, dichtbij de plek waar de eerste tempel is. Het gaat zwaar worden, maar dat wist ik al. Nu komt het echter heel dichtbij. Het probleem is niet dat te koud gaat zijn; het is juist snikheet, vooral met de zon in je knar. Mijn tas is gewoon simpelweg nog steeds te zwaar maar er is niks meer wat ik kan dumpen. Eenmaal on the road zal ik denk ik snel kunnen wennen aan mijn `lot`. De Boeddhist deelde zijn inzicht ook met mij: `soms doe je dingen om naderhand pas te snappen waarom je ze gedaan hebt`. Ik denk, als ik thuis kom, dat ik een wandtegeltjesfabriek begin.

Touchaku

Allereerst een woordje vooraf voor alle mensen die iets voor deze reis hebben gedaan. In ieder geval een bedankje richting de sponsors; in totaal heb ik een bedrag van 285 euro bereikt. Sommige mensen zijn behoorlijk gul geweest, hiervoor mijn grote dank. Ook de jongens van Rijpsma drukkerij in Rozenburg bedankt dat ze ook dit jaar weer mijn visitekaartjes hebben willen drukken. Tine bedankt voor de Amiguramis (tik ik het nu goed, Tine?) pikachu (een 'gebreide' pikachu, al is deze uitleg behoorlijk fout) die nu aan mijn laptop-tas hangt en binnenkort de transfer maakt naar de 'pelgrimtas'. Heb er nu al commentaar op gekregen!  Ook mijn ouders hebben deze keer nog een financiele bijdrage geleverd (als ik die bij de sponsoring optel komen we RUIM boven 300 euro!), en natuurlijk sponsoren ze mij al 24 jaar, dus daarmee komt de totale sponsoring op een bedrag waarmee Rutte in een klap de staatsschuld zou kunnen aflossen!

Eergisterenavond nog een zeer kleinschalig 'Dennis-gaat-weg-pizza-party' gehouden; echter, de pizza party moest zich verschuiven naar een restaurant in Spijkenisse omdat de pizzaria in Rozenburg gesloten was. En zo kwam einde aan een eeuwenoude traditie van het pizza eten in Rozenburg voor vertrek. Betekende niet dat de pizza in Spijkenisse niet lekker was; mijn naar vegetarische wensen aangepaste 'inferno' ging behoorlijk goed naar beneden!

Gisterenochtend eerst nog even langs opa en oma gegaan, waarna ik de dingen die ik de dag ervoor had klaargelegd enkel nog hoefde in te pakken. Het is dit jaar me eindelijk gelukt om het naar me zin te krijgen qua pakken. Het belangrijkse, tent en enkele kleren, heb ik allemaal in een 35 liter tas gekregen. De grote tas blijft dus lekker thuis. Laptop mee, nog wat handbagage, en dat is het dan zo'n beetje dit jaar. Naar Schiphol ging makkelijk, afscheid genomen, en toen zat ik weer in het vliegtuig. Natuurlijk begint bij mij de reis altijd al meteen met van die leuke dingen; ik werd in het vliegtuig herkend door twee mensen die mij herkenden van de liftfilmpjes op youtube! Hele aardige mensen, waren de 50 al gepasseerd, maar hadden toch gewoon de drift om dromen waar te maken; ze hebben zelfs de transmongolie per trein gedaan! Ik weet zeker dat Japan ze ook enorm zal bevallen. 

Op het vliegveld weinig problemen, ik kon zo doorlopen; het valt vergelijken met andere landen altijd behoorlijk mee in Japan. Ik werd meteen al opgewacht door Hoshimi en Hiroko, dus na wat geld te hebben gepind (waar ik overigens nog steeds geen enkele yen van hebben hoeven besteden) zat ik in de auto op weg naar Mito. Onderweg constateerden ze meteen een 'reberu appu' (level up), maar vonden ze toch weer dingen waar ik me niet zo snel raad mee wist. Bijvoorbeeld het bijhoorlijk omslachtige Japanse telsysteem. Bij ons is het gewoon een, twee, drie en eventueel eerste, tweede, derde, maar het Japanse systeem heeft zogenaamde 'counters' geschikt naar de categorie waar het object wat je telt toe behoort. Ichi, ni, san brengt je eigenlijk totaal nergens om dit categorieloze telwoorden zijn. Zo tel je in het geval van dingen hitotsu, futatsu en mittsu, in het geval van mensen hitori, futari, sannin, in het geval van bomen ippon, nihon, sanbon, en zo is er nog een heel rijtje. Maar bij mij is altijd het probleem: wat komt er na mittsu, wat komt er na sannin, wat komt er na sanbon?

Vol trots liet Hoshimi mij het nieuwe gastenverblijf zien: hij heeft gewoon een tweede verdieping gebouwd! Het hout ruikt gewoon nog hartstikke vers. Hiroko had meteen al een kado voor me: een nagenoeg complete set pelgrimskleren! Haar zus heeft in een ver verleden ook eens de pelgrimstocht gedaan. In etappes, dan, want een Japanner krijgt zelden zo lang vrij dat hij de hele tocht in een keer kan doen. En niet alleen haar kleren kreeg ik, maar ook nog haar kaarten met aantekeningen! Rest mij enkel nog het krijgen van een wandelstok, en het stempelboek. Dit scheelt ook weer een enorme berg geld want de pelgrimsklerenset alleen al kost nieuw al snel 7000 yen. Op de blog van Hoshimi kun je de foto's zien: http://hoshimi373.exblog.jp/. Als je weet hoe het werkt en een berichtje achter wilt laten, graag! Hij begrijpt Engels redelijk goed, dus dat ik geen probleem. Overigens begrepen ze zelf ook niks van de karakters op de kleren, behalve hetzelfde dingen wat ik ook begrijp: doukou futari, oftewel 'samen lopen', 'samen gaan', wat op het tasje staat dat voor mijn buik hangt. Dit verwijst naar het idee dat de grote Kobo Daishi zelf ook altijd met je mee komt.

En het weer: fantastisch. Eigenlijk nagenoeg hetzelfde als in de zomer in Nederland, zoals hij zou moeten zijn. Het voelt aan als 25 graden, hier en daar een wolkje. Op het Shikoku is het nog beter. Er komt een regenfrontje aan maar ik lift daar denk ik vrij snel doorheen. Weet nog niet zeker hoe ik precies ga liften; wellicht dat ik nog een dagje in Tokyo doorbreng om een vriend een beetje wegwijs te maken. Dan maak ik het mezelf wel moeilijk omdat uit Tokyo komen een uitdaging is, maar met een beetje mazzel kan ik net als vorig jaar de afstand tot Nagoya in een enkele dag afleggen. Ik kan altijd nog een buskaartje kopen tot wat verder buiten Tokyo omdat ik de uitdaging van het enkel liften toch al voltooid heb. Maar dit plan is verder nog vrij vaag, ik weet het allemaal nog niet. Maakt ook niet uit, want ik heb het bordje met 'richting westen' alweer klaar liggen. Wat het ook wordt, met dat bord sta ik straks langs de kant van de (een) weg! 

Lopen

Ik fietste vorige vrijdag van het werk naar huis toen ik op het dorp ineens werd aangehouden door een vrouw. Ik was een beetje verdwaasd (vrijdagmiddag, je bent blij dat het weekend is), maar was nog wel helder genoeg haar te identificeren als een trouwe lezeres van mijn blog maar waarvan ik geen flauw idee had wie het zou zijn. En zij herkende mij dus ook, wat knap is, want ik zie er nu niet het meest charmant uit als ik uit het werk kom. Maar goed, zo zat ik dus vrijdag bijna heel de dag bij Ria, die ook al drie keer is afgereisd naar Japan om op bezoek te gaan bij een Japanse vriendin van haar. Foto's gekeken, lekker gegeten, en dus vooral voorpret (voor mij dan). Het was gezellig.

Op mijn verjaardag ook weer veel mensen gezien, veel van wie behoorlijk gul zijn geweest. Bedankt allen. Ik hoop in ieder geval dat het aanwezige voedsel, drinken en gezelschap de moeite waard is geweest voor sommigen van jullie om weer eens het halve land af te reizen naar het dorp waar de zon altijd schijnt. Het potje voor de donatie staat weer op de kast bij de grote spiegel en een driecijferig bedrag is alweer bereikt. Ik ben benieuwd hoeveel ik dit keer bij elkaar kan brengen. Ook dit jaar draaien de kosten vooral om het kopen van nieuw materiaal. Van mijn ouders heb ik voor mijn verjaardag stevige wandelschoenen gehad. Zelf heb ik een nieuwe 35-liter tas gekocht. Ik ga mijn 80-liter tas ook gebruiken, maar deze laat ik op een gegeven moment achter (waarschijnlijk in Mito, bij mijn inmiddels goede vrienden aldaar) om met dus de kleinere tas verder te gaan. Als je gaat lopen moet je immers slechts het minimale bij je hebben. Dan kan ik, zodra ik weer terug ben in Tokyo, de 80-liter tas opvullen met wat ik dan ook allemaal ga kopen en ga meekrijgen.

In deze blogpost wil ik ook even wat aandacht werpen op het lopen in Japan. Dan vooral het afstandlopen, natuurlijk. We hebben in Nederland ook wel een beetje een looptraditie, denk alleen al aan de Nijmeegse vierdaagse, de strandloop van Scheveningen naar Den Helder en het Pieterpad. Dit zijn echter vooral tamelijk kleine afstanden, natuurlijk vooral omdat ons land zelf zo klein is. Een bekende langere tocht is ook in Europa een bedevaart, naar Santiago in Castilie. Ook naar dit oord ondernemen jaarlijks waarschijnlijk tienduizenden mensen een looptocht om strafvermindering na de dood te verdienen. Echter hoef je slechts een afstand van 100 kilometer te lopen om hiervoor in aanmerking te komen. Er zijn natuurlijk ook mensen die er een langere tocht van maken, soms ook wel ruim over de 1000 kilometer. In het enorme Japan is het al langer de traditie om afstanden te lopen, en dan vooral tempelbedienden. Dat gebeurd vandaag de dag nog. Er zijn de laatste jaren echter ook buitenlanders die de gok wagen en beginnen aan een tocht te voet door Japan. Alleen de doorzetters komen ergens; veel geven op vanwege taalbarrieres, fysieke problemen, of gewoon het mentaal niet meer aankunnen. De mensen die denken dat dit fysiek moeilijk is, zitten er volgens mij naast. Dag in dag uit meer dan 30 kilometer lopen is vooral een kwestie van wil. Misschien heb je de eerste week problemen met je benen en je voeten, maar nadat je deze kwalen overwint, ben je overgeleverd aan de monotonie van de dag.

De bedevaart komt voort uit een Boeddhistische traditie. Laat ik zeggen dat ik geen Boeddhist ben. Ik sta eerder kritisch tegenover het Boeddhisme. Niet alleen tegenover de fastfood-religious-experience invulling ervan die we hier in het westen eraan geven, maar ook tegenover het nihilistische karakter ervan, zoals het origineel is ontwikkelt. Dat betekent echter niet dat er geen eigen invulling aan deze reis gegeven kan worden, in overeenkomst met de Boeddhistische intentie. Dit is Boeddhistisch gezien een reis die bestaat uit 4 delen, die dan overeen moeten komen met de verschillende realisaties waar een Boeddhist doorheen gaat op weg naar verlichting. Op Shikoku zijn er 4 ken (soort van provincies). Elke ken waar je doorheen reist staat symbool voor de reis van de Boeddhist: ontwakening, cultivatie, verlichting en nirvana. Hoe ver je komt ligt aan hoe diep je realisatie is van de verschillende waarheden afzonderlijk.

In de fase van de ontwaking kun je overrompelt worden door een heleboel dingen. In het Boeddhisme is dat het besef van het enorme lijden in de wereld. In termen van de bedevaart krijg je te maken met het besef dat je benen pijn doen, het nog 1400 kilometer wandelen is, die constante regen, kortom, simpelweg het besef van het fysieke en lichamelijke. Dit is genoeg om het dan al op te geven. Je beseft je niet werkelijk waar je mee bezig bent tot je het echt werkelijk doet. Tussen een idee bedenken en het uitvoeren zit een groot gat. Je wordt als het ware binnen de bedevaart opnieuw geboren: je leven is dan niet meer dat van student, of advocaat, of huisvrouw; je bent op dat moment het leven aan het leven van iemand wiens pad langs 88 tempels gaat, en 1500 kilometers telt. Het enige wat je kan redden, ben jij zelf. Er is niemand die het voor je gaat lopen. Je kiest in volle vrijheid om dat te doen, en je kiest dus je eigen lot. Dit staat dichter bij de existentialistische visie (bijvoorbeeld 'recentelijk' ontwikkelt door Sartre, vroeger ook in Christelijke vorm door Kierkegaard) waar ik zelf meer mee op heb. Want uiteindelijk draait het hele levens om het maken van keuzes. Doe je dat niet, dan lieg je jezelf voor. Er zijn ook mensen die hun hele leven besteden aan het zich verzetten tegen de genadeloze vrijheid waarin we allemaal geboren worden ('kwade trouw'). Een mens is zo vrij dat hij zelfs niet kan kiezen om niet vrij te zijn. Dat deze vrijheid drukker aanwezig is op een tocht van 1500 kilometer komt omdat je geisoleerd raakt van je sociale omgeving, die normaal gezien druk op je uitoefent, en onder welke druk je misschien de illusie kunt koesteren niet zelf de touwtjes in handen te hebben. Maar ook slaaf zijn van die druk, is een keuze. 

De cultivatie dan draait simpelweg om doorzetten. Het draait om het ritueel, om de spreuk, om het herhalen van bepaalde magische riten en handelingen. Dit is een fase waar vooral veel westerse mensen (in ieder geval Nederlanders) denk ik spiritueel  snel afhaken. Rituelen zijn raar, magie bestaat niet dus spreuken zijn ook niet nodig, en al die goden en alles is allemaal bijgeloof. Er valt dus voor iemand die zo door het leven gaat niet veel meer te cultiveren dan het onmiddelijk fysiek aanwezige uit de 1e fase. Cultivatie draait om het beseffen van universele wetten die net zo geldig zijn als de zwaartekracht, maar die gecultiveert moeten worden. Een spreuk werkt pas als er op de juiste wijze mee om wordt gesprongen. Het ritueel moet op bepaalde manieren worden uitgevoerd. Het is als het bereiden van voedsel. Natuurlijk kun je ook gewoon iets in de magnetron flikkeren, maar juist het uitvoeren van het ritueel van het bereiden, het besteden van tijd, zorgt voor een bepaalde toegevoegde waarde die fysische niet aanwezig is maar die wel degelijk aanwezig is. Al is het maar in het hoofd. En wat in het hoofd zit, is net zo echt als wat fysisch onmiddelijk aanwezig is. Toch? De wandeltocht heeft de structuur van een ritueel en ook de uiteindelijke effecten hebben de structuur van een bezwering. Het ritueel bestaat uit de collectie van dagelijkse handelingen die uitgevoerd moeten worden; het opstaan, het ontbijten, het beginnen met lopen, het eten van middag en avondmaaltijden (met ertussen meer lopen), het bezoeken van de tempels is een vaste volgorde waar volgens patroon handelingen worden uitgevoerd, het uiteindelijk opzetten van de tent en het slapen om het de volgende dag nog een keer te doen. De bezwering is uiteindelijk het geheel aan ervaringen, wat in de vorm van herinneringen bij je blijft in je verdere leven. 

Alan Booth is de eerste westerling die de lengte van het land heeft gelopen. Van Kaap Soya tot Kaap Sata. Hij heeft een boek geschreven over zijn reis wat ik mee zal nemen naar Japan om het on-the-road te lezen. Dit heb ik ook gedaan met het boek van Will Ferguson en zijn verhaal over het liften van Japan, wat op het moment dat je ermee bezig bent je beste vriend is. Niemand anders begrijpt het. Recentelijker liep Tyler McNiven de lengte van Japan. Hier maakte hij een documantaire over die hier te zien is (als je dit besluit te kijken, let dan vooral op de plek waar Tyler op minuur 10:45 begint aan zijn tocht... komt jullie allicht bekend voor!). Tyler liep om indruk te maken op een Japans/Britse meisje, genaamd Ayumi Meegan. De keus om te lopen is niet toevallig: haar vader, George Meegan, is recordhouder lange afstandlopen. Hij liep in 7 jaar helemaal van de zuidpunt van Zuid-Amerika naar het Noordelijkste puntje van Noord-Amerika. Met George heb ik een korte berichtjeswisseling gehad op Facebook. Hij woont momenteel in Kobe, Japan, en ik hoop dus stiekem dat ik een handtekening kan scoren in mijn boek van hem, genaamd 'The Longest Walk'. Natuurlijk nadat ik zelf een, in zijn ogen waarschijnlijk, zeer bescheiden afstand heb gelopen. 

Om te besluiten met de woorden van George Meegan zelf, op de vraag gesteld door Larry King 'Why?': 'Because I was living. I feel when somebody travels they're truly living. And now, life as we live it today, especially in North America, is so modulated and protected that one needs to experience real life to be in charge of one's own destiny, and my destiny was to go along and walk the roads of the world to embrace mankind as they embraced me.'

Pelgrimstocht

En zo gaat dat dan. Je leeft de hele tijd naar iets toe, naar het reizen door Zuid-Oost Azie, naar het liften van de lengte van Japan - en telkens denk je, dat als je deze episodes concludeert, dat je dan iets hebt bereikt. In de mooie editie van 'Het Zijn en het Niet' van Sartre heb ik over het merkwaardige fenomeen gelezen wat hij daar 'standbeelddenken' noemt. Het is de modus van denken waarbij je een bundeltje denkbeeldige attributen als zijnde ideaal neemt, en hier dan naar toe gaat leven. Maar de illusie is dan, dat je doet alsof 'het leven' af zou zijn zodra je deze staat bereikt. Maar zo is 't niet. Want een mens is niet enkel zichzelf, hij is ook nog vele anderen. Als je een leven eenmaal hebt geleefd, reincarneer je. En dan moet je 't opnieuw doen. En het houdt nooit op, tot de dag dat je er door ingreep van buitenaf van wordt verlost.

Wat ik hiermee wil zeggen? Dat vragen jullie je denk ik weleens vaker af van mijn schrijfsels. Ik doel erop dat je nooit met jezelf klaar lijkt te zijn. Je gaat toch weer op zoek naar nieuwe grenzen. Nou, ik dan. Ik heb 't wel weer geprobeerd, hoor. Echt waar. Ik heb mijn baantje weer, en mijn studie die verloopt ook goed, en in principe heb ik niks te klagen en is alles helemaal normaal. Maar dat is wat er niet klopt. Die vorm van gelukkig zijn (ik noem 't liever 'content zijn') die is vreselijk irritant. Misschien ligt het ook een beetje aan het Nederlander zijn. Ik probeer 't wel, hoor. Net als alle Nederlanders zijn. Echt waar. Als ze bij mij op het werk klagen over het weer, klaag ik mee. En dan ben ik van binnen best jaloers. Zij hebben namelijk iets om over te klagen. Iets wat kennelijk voor hun moeilijk is om mee te leven, of zoiets. En wat heb ik nu? Waar mag ik nu over klagen? Waar is mijn lijden nou? Ik ben die ergens verloren, onderweg. Mijn lijden ligt misschien ergens tussen Vietnam en China in, zo'n beetje daar ergens. Als 't zo hard regent en dondert dat hele dorpen onder water staan, en als je dat dan zo ziet, dan ineens KUN je niet eens meer klagen over het weer in Nederland. Maar goed, waar 't op neer komt: het is hier saai. En ik voel me niet gemotiveerd, er iets aan te doen. Althans, niet in Nederland!

Daarom ga ik maar voor de verandering eens wat lopen-op-water achtige dingen doen, want ik ben immers de Jezus look-a-like, en daar horen bepaalde taken bij. 

Mijn Japans is, zoals ze in mijn eerste (virtuele) leven op de Japanse chat zeggen, van 'jouzu' naar 'umai' naar 'kanpeki' gegaan. Compleet. Probleem is alleen, het is een lege huls. Ik heb nu in exact een jaar 2000 karakters geleerd, en ben net zo geletterd als de gemiddelde Japanner die aan de universiteit begint. Maar newsflesh: ook al probeer ik nog zo hard, ik woon aan het einde van de dag in Nederland. Er wonen een dozijn of wat Japanners in Amstelveen, maar voor de rest is er geen Japanner te bekennen. Mijn Japans is daarom een Japans zonder ziel. Met Engels is dat toch anders. Als ik Engels praat, voel ik mij Amerikaan. Ik voel me goed. Die Amerikaanse nonchalance, die arrogantie, dat zelfverzekerde en krachtige, dat bevalt me zeer zeker. Dat komt natuurlijk omdat wij hier de 53e staat van de VS zijn. Je eet bij Burger King, je kijkt CSI, juigt voor Obama, Jogt in het park. Je bent bezield door het Amerikaanse.

Maar als je Japans spreekt, dan voel je compleet andere dingen; je voelt ondergeschiktheid, respect, kalmte, precisie, correctheid, rust; je voelt je Japanner. Maar ik praat helemaal geen Japans. Ja, ik chat 't. En ik lees 't. Ik luister naar de radio, kijk naar de tv. Maar specifiek Japans-culturele ditjes en datjes, die ontbreken. Ik slaap nu wel op de grond, en eet wel met stokjes, maar de hele tijd dat Nederlandse in-your-face, dat dwarsboomt. Omdat onze cultuur, en de Amerikaanse, nu eenmaal compleet anders is. Daarom is het opnieuw tijd voor een nieuwe injectie japansheid. 

Na weer eventjes de nummertjes te hebben gedaan (die dure yen is verschrikkelijk; hij staat nu op 1 op 110, dat was mijn eerste keer in 2007 dus nog 1 op 180), en na wat passen en meten met het tijdsschema (ben nog steeds gebonden aan vaste tentamendata vanuit de universiteit), is er dan een nieuw plan uitgerolt: 6 oktober vlieg ik, 3 januari ben ik weer terug. Met de KLM, rechtstreeks. Ik kon ook voor 200 of wat euro minder, vanaf Dusseldorf, met Turkish Air, via Istanboel, en reistijd van 26 uur. Juist ja, ik denk hetzelfde. Na wat dagen in Tokyo, zal ik waarschijnlijk op bezoek gaan bij mijn goede vrienden in Mito. Daarna zal ik, wederom per duim natuurlijk, afreizen naar Shikoku, het zuidelijke eiland. Op de snelheid van vorig jaar zal 't misschien een week duren. Kan ik ook leuk weer naar de Nederlandse camping, want die Japanse versie van de pannekoek beviel me wel.

Eenmaal op Shikoku ga ik doen waar ik vorig jaar zo onder de indruk van was, toen ik de 'henro' (pelgrims) daar zag. Gekleed in wit gewaad, hoedje en wandelstok, lopen deze mensen een rondje om het eiland heen, en bezoeken daarbij 88 tempels. Dit is een boeddhistische bedevaart, cirkelend rond de figuur Kobo Daishi, die je gerust als heilige mag beschouwen. Elk jaar trekt deze tocht honderdduizenden Japanners, waarvan de meesten de tocht per bus of auto afleggen, vaak in groepen. Maar er zijn er ook een handjevol, die nog ouderwets de bedevaart maken zoals hij oorspronkelijk was bedoelt: lopend. De volle 1500 kilometer. Dit neemt ongeveer 2 maanden in beslag. 

Ik koop zo'n wit gewaad, stok, hoedje, schaf een boekje aan waarmee je bij elke tempel een stempel kunt laten zetten, en ga het op een lopen zetten. Ik had al gezegd dat ik de lengte van Japan nog eens wil lopen: beschouw dit de proloog. Net als met het liften heb ik geen flauw idee waar ik aan begin. Maar net als met het liften zal ik niet alleen zijn: er zullen andere Japanners zijn. En zo nodig, de geest van Kobo Daishi zelf, waarvan ze zeggen dat hij na die eeuwen nog steeds rondjes op het eiland loopt. Ik neem mijn tentje mee, en bid voor goed geluk bij elke van de 88 tempels. Dit keer zijn er namelijk geen beren en krabben van 1 meter, maar giftige slangen en tyfoons. En velen van die mensen geven het van pure ellende na zoveel dagen op. Ik heb al op het internet gekeken hoeveel andere buitenlanders hier aan begonnen zijn, en de meesten hebben het opgegeven, ergens zo rond een kwart. Ook omdat ze geen Japans spraken, en dus tegen communicatieproblemen opliepen. Net als met liften zullen er de mooie dagen zijn, en de minder mooie dagen, en dan natuurlijk het ultieme gevoel van voltooiing als het cirkeltje dan rond is.

Vermoedelijk zal ik rond december ergens klaar zijn, en dan zal ik waarschijnlijk nog wat rondliften, op bezoek bij vrienden, en natuurlijk moet er ook nog het nodige geshopt worden. Met die dure yen komt een bedevaart lopen eigenlijk wel heel goed uit, want het is geen dure bezigheid, zo in je tentje. Maar zeker ook, dwingt het witte gewaad respect af. Net als in andere landen worden monniken met veel respect behandelt. Veel Japanners willen deze tocht doen, maar velen komen er niet aan toe. Ik ben benieuwd wat er dit keer op me te wachten ligt.

Overigens zal ik ook dit jaar weer alle donaties accepteren. Wederom zullen ze met die dure yen hard nodig zijn. Vorig jaar kwam ik uit op een bedrag van 195,- wat ik uiteindelijk erg nodig heb gehad. Wederom krijgen de mensen die wat voor deze arme monnik over hebben, een kaartje zodra de tocht is voltooid. 

Voor de mensen die meer over de pelgrimstocht willen weten, kijk even hier: http://www.rtl.nl/components/reizen/rtltravel/index_video.xml. Klik op Azie -> Japan -> Hotlist: de tempelroute. Kennelijk heeft RTL travel hier eens een item over gemaakt. Leuk om te zien dat er ook een Nederlander de tocht al meerdere malen heeft kunnen doen. Veel kijkplezier!

De grote Sado-lift-Japan filmavond


Reisblog Verkiezing 2010

Ja mensen!

Vanwege stormloop aan het front zal er op twee avonden mogelijkheid zijn om het filmmateriaal te zien van mijn liftreis door Japan. Ik vermoed dat het totale beeldmateriaal zo'n 3 uur zal tellen, maar vrees niet, er zullen ook veel doorspoelmomenten zijn (beelden waarin ik liedjes zing in de karaoke maken al een uur van dat materiaal op, dus...). Aangezien de familie aan mijn moeder's kant nogal omvangrijk is en het huis een beperkt aantal mensen kan bevatten, zal er op twee avonden kans zijn mijn avonturen te aanschouwen.

Voor de gehele familie (alles dus wat 'Prooi' of 'Van Ast' als achternaam heeft) maak ik op zaterdag 16 (edit: bedankt pap) januari vanaf een uur of 6 wat van mijn tijd vrij. Mijn moeder neemt telefoontjes aan, dus bel haar.

Voor al mijn vriendjes (en natuurlijk zeker ook vriendinnetjes en leden van Stichting Sado) is er op de 23e (een zaterdag) tijd. Waarschijnlijk ergens in de middag aangezien Rozenburg nogal lastig bereikbaar is. Mensen kunnen dan optioneel ook blijven eten voor ze weer naar huis gaan. Ik zal nog wel wat mails versturen aangezien veel van jullie niet in de mailinglijst staan. Wie wil komen op deze dag kan ook berichtje achterlaten op deze blog en dan contacteer ik je wel.

Graag tot ziens!

Gravity's Rainbow

Taipei is een natte boel. Ik beleef hier het meest slechte weer wat ik tot nu toe op deze reis heb gehad. Het is hier volgens mij het regenseizoen, want ik heb in de week dat ik hier ben nog geen zonnestraaltje gezien. Het is in ieder geval wel een verademing om China weer uit te zijn. Vorig jaar was ik meer onder de indruk van China, maar dat komt simpelweg door het in-your-face effect van de confrontatie met een economische gigant. Onder die dikke laag gaat een volk verborgen wat het wiel nog moet uitvinden, om het zo te zeggen. Daar hebben ze al 100 jaar last van. Sure, ze hadden toen grote schepen, om mee tegen de Japanners te knokken. Alleen jammer als je geen mensen hebt die in staat zijn om de schepen daadwerkelijk te manouvreren. Ze hebben hier de snelste treinen ter wereld, maar het spoor stelt ze niet in staat om die snelheden ook daadwerkelijk te halen. China probeert zijn eigen schaduw te vangen. De andere Aziatische volken lachen enkel, ietwat pijnlijk.

Toen 60 jaar geleden de communisten het land overnamen, vluchtte de toenmalige Chinese regering naar Taiwan. En zo is het nu nog steeds. De officiele naam van Taiwan is 'Republiek van China', en er is niemand die het weet. Je ziet het op je immigratiekaartje staan die je moet invullen om het land in te kunnen. Relaties met de Chinezen zijn gespannen, en de Taiwanezen hebben feitelijk geen kant om op te kunnen. Beijing ziet Taiwan als opstandige provincie, Taiwan ziet Beijing als de valse regering. Koude Oorlogen, daar weten ze hier alles van (denk ook aan Korea).

Ik bracht wat tijd door met Tang, De Taiwanese die ik in Korea had ontmoet. Ze kon maar moeilijk weer wennen aan het 'gewone' leven. De toekomst die ineens begint te dringen. Een bekend probleem. Op reis leef je in het nu. Althans, de werkelijke reizigers. Toeristen leven in hun reisgidsen, hun plannen, kortom, hun eigen misere. No battle plan survives contact with the enemy. Op reis kun je makkelijk je leven leiden, maar als je thuis bent zit je ook vast aan plannen, net als de toerist. Je leeft eigenlijk als toerist je eigen leven. Je plant, constant, om geld te krijgen, een diploma, een baan. Het hele moderne bestaan draait om plannen. Maar goed, pogingen om de magie terug te vinden die we in Korea hadden mislukten. Ze keek weg. Je kunt niet altijd winnen.

Die avond ontmoette ik in het hostel een Amerikaan, John. Al wat ouder, rond de 50. Maar we zitten op exact hetzelfde niveau. Dit zijn het type ontmoetingen waar ik eigenlijk stiekem de hele tijd op hoop. En ze zijn zeldzaam. Als je reist, vergroot je je kansen dit type mensen tegen te komen. We besloten Oud en Nieuw samen te vieren. Het was een goede avond. Eerst vuurwerk van de Taipei 101 bekeken. Het was minder spectaculair als ik had verwacht, maar nog steeds bijzonder cool om mee te maken. Het was flink druk op de straten maar toch kregen ze het voor elkaar het verkeer door te laten rijden. Rond 12:05 stopte het vuurwerk en baanden de mensen zich naar de barretjes, cafetjes, disco's, de nachtmarkten. Wij gingen naar een klein barretje en praatte de hele nacht lang over de Engelse literaire traditie, shotjes tequila. Van Rand naar Pynchon, de Brontes naar Joyce. Het is altijd mooi als je met iemand kunt praten die een diepe waardering heeft voor de Victoriaanse periode. Voor Wuthering Heights en The Picture of Dorian Grey was ik altijd fan van Boeddha en Lao Tzu, erna was ik enkel nog onder de indruk van figuren als Heathcliff en Dorian. Iemand die zijn leven vergooit aan het Boeddhistische nihilisme zal nooit de lengte van Japan liften. Zonde, op God's mooie aarde.

Brak werd ik de dag erna wakker, rond 6 uur. We begaven ons opnieuw naar een cafe, en gingen vrolijk verder. Tarot. Met mijn bewondering voor Aleister Crowley (het zeggen van wiens naam al genoeg is om lampen te laten springen en vlammen te doen doven) en John's orientatie richting Paul Case werd het een interessante avond. Zijn aanpak is scholastisch. De mijne praktisch. Ik had meteen zijn aandacht: welke malloot krijgt het voor elkaar een praktische aanpak te ontwikkelen aan de hand van Crowley zijn mystieke teksten? Het is voor de hand liggender dan gewoon voor de Rider-Waite te gaan. Maar het is precies wanneer je Crowley's deck omdraait, als je hem ondersteboven leest, dat je inzichten kunt krijgen die vele malen dieper gaan dan iemand die veilig voor de praktische Rider-Waite gaat. Crowley's adagum 'zoals boven zo ook onder' is de sleutel tot zijn mysterieuze set kaarten: de Geliefden is geen kaart van bevrijding maar van slavernij; de Duivel is geen slavendrijver maar juist de ultieme liberatie. De Hoge Priesteres is enkel bezig met verleiding, de Magier enkel met productie. John bekende niks te snappen van de kaart 'De Maan'... Maar het is juist precies de Maan die het niet-snappen belichaamt. En juist het niet-snappen van de dingen is de basale positie waar elke persoon zich in bevindt. De Dwaas is de ultieme wijze, de Kluizenaar de grootste idioot. Het is de Zen Boeddhist die zich vergrijpt aan vrouwen en drank (en westerse jongetjes meeneemt naar een Shinto Bruiloft) die deze wereld verlaat voor een betere plek, en de Boeddhist die zijn hele leven in een godvergeten klooster zit die nog een keer terug mag komen om het over te doen. Debord: 'when the world is really upside down, the true is a moment of the false'.

Goed, deze mystieke prietpraat zal waarschijnlijk niemand verder iets boeien, maar aangezien ik nu weer in mijn element ben kan ik de verleiding niet weerstaan om er iets over te typen. Mijn reis vindt plaats in zowel de fysieke als de mentale wereld; in de fysieke ga ik van A naar B en in de mentale ren ik rondjes. Morgen ga ik naar Hualien, John laat me wat plekken zien. Daarna hals over de kop naar Kaohsiung om nog een beetje op tijd te zijn voor mijn vlucht naar Hong Kong. Daar heb ik nog een paar dagen om een 'update rondje' te maken, oftewel, wat bouwprojectie te fotograferen. Gaat ook de eerste keer zijn dat ik een topped-out en fully-cladded IFC mag gaan bewonderen. De lijst 500 meter palen die ik nu heb gezien begint indrukwekkend te worden. Misschien wordt het eens tijd het Midden-Oosten in te duiken (zoals velen nu wel weten was vandaag de opening van de 818-meter hoge Burj Dubai). Als ik thuis ben kan ik in Rotterdam weer gebouwen van menselijke schaal bewonderen. De 158 meter hoge New Orleans die bijna zijn top heeft bereikt en natuurlijk de bouw van Rem Koolhaas zijn 'De Rotterdam', een gigantisch complex van 149 meter dat ze bouwen op de Wilhelminapier.

Als ik weer thuis ben zal ik voor geintresseerden waarschijnlijk een middagje/avondje organiseren waarin ik het beeldmateriaal van de liftreis door Japan laat zien. Datum zal ik t.z.t. nog wel aangeven. Iedereen die het leuk vindt om dit te komen bekijken is uitgenodigd. Wees niet schuw, allen zijn welkom. Als de mensen die geintresseerd zijn alvast hier een berichtje kunnen achterlaten of mij willen mailen dan weet ik of ik Sake moet inslaan voor 3 mensen, of voor 15 (of voor 183).

Antichrist Superstar

Na het vertrek van enkele van de Zweden nog wat rondgehangen in Beijing met Martina, een half-zweedse, half-japanse (zeer vage combinatie, maar zoals gewoonlijk pakte het in haar geval erg goed uit). Aangezien ik mezelf eigenlijk totaal niet inlees voor ik naar een plek ga, besloot ik haar maar de plekken te laten kiezen. We eindigden bij het zomerpaleis, in dit geval omgetoverd tot winterpaleis - een enorm bevroren meer, met tempels en heuvels rondom. Eigenlijk kan ik me de laatste keer niet meer herinneren dat ik op het ijs heb gelopen, maar het was behoorlijk vaag. Dat meer was ook gigantisch ondiep. Gesprek over het weer eindigde in het rare verhaal over de Chinese regering en hun weermachine -- ze proberen hier daadwerkelijk het weer te manipuleren, en met succes. Maar zoals altijd in het Chinese geval komt succes met een nogal zware prijs. Kennelijk hadden ze het laten sneeuwen nog voor het einde van de zomer, waardoor alle bomen hun bladeren al hadden verloren voordat de herfst ook maar begonnen was. Raar verhaal.

Nog wat tempels gezien, ach, standaard gedoe eigenlijk. Hostel was elke avond best gezellig. Irritante hier is echter dat het internet zo beperkt is. Geen facebook, geen youtube, om maar wat dingen op te noemen. Het is net alsof je terug bent in het jaar 2000. Man, vage nostalgie dit, het leven VOOR youtube. Gelukkig kan ik vanaf morgen wel weer mijn dosis Japansheid binnenkrijgen. Ook handig dat hier zulke goede relaties worden onderhouden met Taiwan (kuch). Alle research die ik probeer te doen over Taiwan en eventuele campings aldaar, of uberhaupt informatie over kamperen, stuit op compleet willekeurige blokkades. Sowieso is al dat geblok nogal vaag. Waarom zouden ze in hemelsnaam facebook willen blokkeren? Juist als je de mensen in je land dom wilt houden, dan JUIST moet je ze youtube en facebook geven. Ik bedoel, als we in Nederland de computers zouden bannen, dan zou iedereen ineens gaan lezen (en dan niet toiletliteratuur als Harry Potter (ok, ok, ik geef het toe: ik lees nu Harry Potter, maar dan wel in het Japans, dus ik heb een geldig excuus) of Dan Brown of whatever), en dan zou bijvoorbeeld Geert Wilders waarschijnlijk zijn koffers zo kunnen pakken. Hoewel, de malloot die zoiets voor zou stellen zou waarschijnlijk juist ervoor zorgen dat Geert in populariteit stijgt. Wat een ellende.

Ook alle gezelligheid met Martina kwam snel ten einde, maar met haar plannen in Japan te gaan wonen zal ik haar zeker nog weleens zien (zoveel mogelijk vriendjes maken die gerelateerd zijn aan Japan is in mijn geval hard nodig, zeker als ze Japanse paspoorten hebben). Ik had een soft seat voor de trein naar Shanghai. Sleeper was 2 keer zo duur, en sinds ik nu overgeleverd ben aan de genade van de bank probeer ik te bezuinigen waar het kan. 10 uur, in de trein, in de nacht, zittend. Ik heb wederom alle mogelijke posities uitgeprobeerd, en ondervond dat als je het tafeltje van de stoel voor je uitklapt en daar je hoofd op ligt dat je nog redelijk weg kunt dutten. In ieder geval vonden de Chinezen naast me dat ook wel een redelijke positie want toen ik mijn ogen opendeed zag ik ze op die manier naast me 'zitten'. Treinreis ging op die manier nog redelijk snel voorbij, gelukkig.

Shanghai is een beestenstad. Chinese steden hebben enorm veel problemen, en een van de problemen is dat de steden modern zijn maar de bevolking nog lang niet. En het beschavingsoffensief wil volgens mij nog niet echt van de grond komen. In ieder geval is het behoorlijk irritant als je een kaartje wilt kopen voor de metro en de mensen staan in een grote cirkel om die automaten heen, in plaats van dat ze gewoon rijtjes vormen. Als het op dit soort dingen aankomt mis ik Japan het meest, waar de publieke sfeer gewoon goed gereguleerd is en alles flink geolied loopt. Hier is het overal een bende. In de metro ook. Mensen die de trap op en af moeten lopen dwars door elkaar heen, wat vooral met spitsuur ECHT niet werkt. Man, die mensen hier hebben echt nog een lange weg te gaan.

Ook Shanghai lijdt onder een vervuilingsprobleem, en de lucht hier is bar slecht. Zo slecht, dat roken hier GOED is voor de gezondheid. Ik heb in ieder geval in mijn tijd hier tot nu toe nog niets fris geroken.

Maar goed, alle klachten op een hoopje, het kerstfeest dit jaar was wel erg goed (beter dan vorig jaar, toen ik probeerde binnen 20 uur van Koh Tao naar Kuala Lumpur te komen - kerstmis is toch niet zo boeiend achter de ruit van een bus). Mijn vader had me nog 50 euro gedoneerd, wat in China een fortuin is. Hier barstte een klein feestje los aan het begin van de avond, met wat mensen die wat spelletjes speelden. Stoelendans, ballonnen prikken, het standaard spul. Een of andere Chinese jongen die mij wel aardig vond, vond het na 2 uurtjes wel leuk geweest en vroeg me of ik zit had te gaan clubben. Ik had meer zin te gaan zingen. Uiteindelijk gooiden we het op een akkoord te gaan zingen EN clubben. Maar we waren enkel met zijn tweeen, dus was het zaak wat meer mensen te vinden. Hij was ietwat verlegen, dus ik probeerde wat lui mee te krijgen. Uiteindelijk een HELE vage groep bij elkaar gesprokkeld, inclusief een Duitse metalhead, een jongen uit Argentinie, een groepje Australiers, een Duitse meid die uiteindelijk model bleek te zijn en waar die andere Duitser en Argentinier de hele avond op zaten te azen (bijzonder hilarisch - in Duitsland zelf zou een metalhead NOOIT achter een barbie-achtig model met geblondeerd haar aan gaan) en de beste vondst van de avond was een Russische van Mongoolse afkomst.

Omdat het bier hier slecht is en karaoke pas leuk is als iedereen wat vrolijker is, stonden we elkaar eigenlijk aan te kijken hoe we het drankprobleem gingen oplossen. Laat drankproblemen maar aan de Russen over. Zij had nog ergens een tequila-achtige substantie in een grote fles zitten. Het brandde naar beneden. Maar het was genoeg om instante vriendschappen te scheppen (zelfs tussen barbie en ozzie). Dus daar zaten we dan, met zijn allen. Man, karaoke is zoveel beter als je het met een andere metalhead doet. Die gozer zat op bijna elk nummer te headbangen. Al snel begonnen de eerste mensen af te vallen; te diep in het glaasje gekeken, en in het Australische geval, veel te verlegen om zichzelf te kunnen verliezen. We verloren hun na de karoake en gingen naar een verschrikkelijke club. Maar we hadden onszelf helemaal happy gezongen dus zijn we gewoon los gegaan. Ik trok in die toko twee type mensen aan: mannen en vrouwen. Om de zoveel minuten zat een willekeurige vrouw aan mijn haar, en om de zoveel minuten fluisterde een willekeurige man in mijn oor 'hey man, you wanna go outside and smoke some weed??'. Gelukkig stond die Russische de hele tijd tegen me aan te dansen dus had ik een geldig excuus wat zelfs ZIJ al hun stonedheid nog wel begrepen. Toen uiteindelijk die Russische en ik nog als enige over waren, konden we de Duitser (half brak ergens in een hoekje) en die Chinese jongen (aanpappend met een of andere meid) weer verzamelen en besloten we het maar voor gezien te houden. Eigenlijk hadden we op dat moment geen flauw idee waar de rest van de groep was gebleven maar we konden ons er niet echt druk om maken.

Ik was volgens mij de enige die in redelijke staat de volgende middag wakker werd, en aangezien kerstmis nog niet over was (en mijn 50 euro ook nog niet) besloot ik wederom een groep bij elkaar te sprokkelen voor nog meer karaoke. Uiteindelijk zaten we met zijn 12en in dezelfde toko allerlei liedjes door elkaar te bleren. Die jongen uit Argentinie (die de avond ervoor met die Duitse ervandoor was gegaan en haar mee had genomen naar, jawel, McDonalds) ging ook weer mee en we hebben nog enkele mooie duetten gezongen. We hadden weinig muzikaliteit gemeen - maar hij kon het gehele ouvre van Marilyn Manson en dat is zo'n beetje het foutste wat we in die computer konden vinden. Dus speciaal voor Jezus en de weken vakantie die we elk jaar dankzij hem weer mogen krijgen 'Antichrist Superstar' gezongen. Heb ik tenminste nog een moment van kerstfeest aan hem gedacht, dat is al meer dan de gemiddelde persoon en zeker meer dan welke Chinees dan ook.

Morgen vlieg ik door naar Taipei. Ik voel me nog steeds brak van die kerst, maar vooral omdat ik veel teveel heb lopen headbangen. Dus mijn nek en schouders zijn behoorlijk gesloopt. Ik geef Maroon 5 de schuld.