Sado lift Europa!

Wouter Bos

Net heerlijk gegeten bij een eettentje, na een korte treinreis vanuit Bangkok naar Ayutthaya. Eethuisjes hier zijn meestal nogal goedkoop ingericht en doen voor een westerling vrij 'smerig' aan - sobere gebouwen met wat tuinstoelen en klaptafeltjs. Iedere Thai eet hier - in Bangkok zelf zijn het enkel de toeristen en de upper class die bijvoorbeeld toko's als Burger King of de uprange restaurants bezoeken. Mannen met 'rice boxes' kun je hier ook vaak vinden. Een rice box, zo vertelde een man uit Hong Kong mij (die ook verbleef in het hostel in Bangkok), is een vrouw die, uiteraard voor een vergoeding, met een man meereist naar waar hij maar gaat. Soms kennelijk ook met wat ze hier een 'happy ending' noemen. Het is in ieder geval een raar gezicht, zo'n vieze dikke westerse man met zo'n vrouw, die vaak zelf ook niet de knapste zijn. Hier in Ayutthaya moet ik ze echter nog tegenkomen, maar dat komt vanzelf wel zodra ik de ruines en tempels ga bezoeken. Al etend zag ik op een Thaise tv zender ineens Wouter Bos op het scherm verschijnen. Iets met ING. Ook hier is de financiele crisis aan de orde van de dag.

De treinreis was weer eens wat anders dan die met de NS of de Shinkansen van Japan - hier rijdt de trein elke 5 minuten een stukje om dan 10 minuten stil te staan. De 80 kilometer naar hier deed ik in 3e klas, wat mij 15 baht kostte (zelfs het croissantje op het station was duurder). Houten bankjes, open ramen, geimproviseerde ventilators gemonteerd aan het plafond. In ieder geval had ik het al snel naar mijn zin. Al hobbelend langs de sloppen van Bangok, geimproviseerde hutjes van golfplaten, en daarna langs de rijstvelden met palmboompjes, hutjes en zwemmende kinderen die naar de trein zwaaien. De vriendelijke mensen in de trein maakten zich al snel bezorgd om mij, en met wat handen en voeten werk hielpen ze me bij het juiste station de trein uit. Ik zag er ook al wat witjes uit, want ik heb dankzij die airco in dat hostel in Bangkok een griepje opgelopen - droge keel en hoofdpijn. Met zijn 8en op een kamer liggen zorgt er voor dat iedereen bij nachtelijke binnenkomst aan de temperatuur gaat zitten kloten, waardoor het van 30 graden naar 21 graden gaat en andersom. Niet echt goed voor je gezondheid dus. In ieder geval slaap ik nu op mijn eigen kamertje - een aan elkaar geschoven tweepersoonsbed, tv, eigen douche en dat al voor slechts 450 baht. De directe omgeving is niet echt bijzonder, maar dat zorgt er wel voor dat het lekker rustig is. Om een hoekje vond ik bij elkaar al wat ik nodig heb: een 7-eleven die pepsi twist verkoopt, een buitengewoon goed internet cafe met luxe stoelen voor 15 baht/uur, en een eettoko.

De tuktuk bestuurder die mij naar het hotel bracht loste mijn belangrijkste vraag ook meteen voor mij op: wat ga ik hier doen? In een dorp zonder vervoersdiensten is de enige optie die je hebt de tuktuk of een fiets. De beste man stond in ieder geval meteen al klaar met zijn diensten en gaat me morgen tussen 9 en 1 wat van de tempels laten zien. Dan kan ik dan besluiten welke tempels boeiend genoeg zijn om nog een bezoekje te brengen. Overmorgen zal ik waarschijnlijk naar het zomerpaleis gaan in het dorpje een stationnetje terug. Daarna verder naar Lopburi, verder richting het noorden, de stad van de aapjes. Wikitravel deelt de hotels hier in in twee categorien: de plekken met veel aapjes, en die met weinig aapjes. Bij geen van beiden is het werkelijk handig en raampje open te doen, want voor je het weet hangt er een aapje in je kamer. Dat wordt lachen dus.

Zometeen ga ik mijn dutje van vanmiddag vervolgen en hopen dat ik me morgen ietsje beter voel. In ieder geval ruil ik de airco in voor een ventilator, en hoop maar dat dit me wat minder van slag brengt.

Tourist Trap

Na enkele dagen Bangkok begin ik een beetje te wennen aan het klimaat hier, maar volledig aanpassen gaat niet lukken; zelfs niet voor de Thaise mensen zelf. Ze houden hun koffertjes voor hun hoofd om de zon tegen te houden, of hebben gewoon een paraplu bij zich. In ieder geval is het hier een heuse Tourist Trap, met hoofdletter T. Toen ik de eerste dag gewoon begon te lopen vanaf het hostel had ik al snel door dat dit een fout idee was; meteen kwam ik in aanraking met alle scams die welgedocumenteerdop het net staan. Man in net pakje komt naar je toe, spreekt vloeiend Engels, maakt een babbeltje, en verandert dan plotsklaps het onderwerp naar de TAT en hoe je er met een tuk-tuk snel kunt komen, waarna een chauffeur natuurlijk direct voor je klaar staat. Gewoon hardnekkig volgehouden dat ik ging lopen, en toen hadden ze wel door dat ik geen interesse had.

Het echte Thailand is hier nauwelijks te beleven. Het voelt meer als een nachtmerrie-versie van Disneyland. In mijn uppie zouik geen lol gaanbeleven, dus na 2 dagen alleen te hebben rondgezworven ben ik met wat andere figuren op stap gegaan. Met een groep is Bangkok verkennen veel aangenamer, omdat je iets sterker in je schoenen kunt staan en je de prijzen voor de taxi kunt delen.

Openbaar vervoer in Bangkok bestaat uit bussen, die altijd vaststaan in het bizar drukke verkeer, twee skytrain lijnen, een ondergrondse lijn en voor de rest taxi's en tuk-tuk. Omdat de stad zo groot is, kun je via subway eigenlijk niet echt ergens komen behalve bij grote airco shopping malls, die nog verwesterder (is dit een woord?) zijn dan het westen zelf. Van hotspot naar hotspot reis je via een combinatie van. Het is ons in ieder geval al gelukt om met zijn fijven gepropt te zitten in een tuk-tuk, voor 70 baht (wat eurocent). Op dit idee kwamen we toen we een tuk-tuk zagen met 6 schoolmeiden er in. Het is een beetje krap, maar met moeite kun je net al je ledematen binnenboord houden terwijl je door het verkeer scheurt. Dit alles natuurlijk goedgekeurd door de lokale politie, die er niet eens van opkijkt.

Het klimaat en de vele idioten op straat die je iets proberen aan te smeren maken de stad bijzonder onaantrekkelijk om te verkennen. Veel lopen kun je niet, want het is gewoon te warm, en een aanslag op je energiereserve. In ieder geval kan ik niet wachten tot ik de stad weer uit ben, en de meeste mensen lijken Bangkok voorniets meer te gebruiken dan een snelle transfer. Het hoogtepunt van de stad is voor mij in ieder geval het hoogste punt: in de ruim 300 meter hoge Baiyoke Tower kun je voor 200 baht naar het observatorium met een gratis drankje in de bar. Van boven ziet Bangkok er krankzinnig uit: overal volgepropte snelwegen die een betonnen jungle doorkruisen. De luchtkwaliteit is hier verschrikkelijk, en in de dagelijkse krant staat zelfs aangegeven hoe slecht hij wel niet is. Op de schaal van 0 op 300 (waarbij 300 gewoon aangegeven staat als 'toxic'), zitten we nu net over de 100. Als je in een tuk-tuk over de vijfbaansweg rijdt adem je in ieder geval geen zuurstof in, dat is zeker. Mensen met astma kunnen hier niet leven... eigenlijk kan niets hier leven, maar het gebeurd toch. Ik heb nog geen hond gezien hier die kwispelend over de straat rent; alle honden zijn compleet onder zeil en vertonen tekens van slechte gezondheid. Een aai over de bol zit er in ieder geval niet bij.

Thaise mensen zijn bijzonder vriendelijk, mits je ze kunt vinden. Het duurt even voor je er echt mee in aanraking komt, want je moet eerst langs de oplichters zien te kunnen kijken, en dat is lastig. Ik vertrouw snel mensen, maar hier totaal niet, omdat blijkt dat dat nauwelijks mogelijk is. In ieder geval hoor ik verhalen dat het veel beter wordt zodra je de stad uit komt. Ik hoop het in ieder geval, want ik wil wel iets authentieks Thais gaan meemaken. Dat kan hier in Bangkok in ieder geval niet. Het contrast met Seoul zorgt eigenlijk voor een cultuurshock.

Over2 nachten ga ik weg... Volgende stop: Ayutthaya.

Annyonghi kaseyo

Bedankt voor alle reacties tot nu toe, het is natuurlijk extra leuk als je iets doet en ook nog publiek hebt. Blijf vooral reageren, ik lees in ieder geval alles.

Inmiddels heb ik Bangkok bereikt. Mijn voorspelde visumprobleem draaide uiteindelijk uit op een 'half' probleem, dat wil zeggen, officieel is het niet goed als jegeen ticket het land uit hebt binnen 30 dagen (mijn retour is over 80 dagen), maar... Nou goed, ik zat dus op die vlucht. Eenmaal in Thailand zelf kon ik heel snel doorlopen en heb vanwege het late tijdstip maar meteen de taxi naar mijn hostel genomen. Eerste indrukken van de stad zijn positief; het voelt echt als een 'stad'. Veel wolkenkrabbers, veel verkeer, heerlijk dus. Het is hier behoorlijk benauwd en warm, ook nu nog om 11 uur, en dat zal wel niet meer over gaan. Ik heb geluk gehad met het weer, want het lijkt erop dat de regentijd net voorbij is. In ieder geval voelt het voor mij als een dag werken in de kas met 25 graden en de zon vol op mijn bol, en dat is echt zeer warm. Het is dus wel uit te houden, maar ik vermoed dat de energie snel opraakt en dat het tempo van Seoul hier niet echt vol te houden is.

In Seoul had ik gisteren in ieder geval mijn dag gevuld (of mijn halve dag, want ik kan nog steeds niet echt wennen aan de tijden hier, vooral mijn maag niet...) met het hiken bij een heuvelgebied aan de rand van de stad. Moeilijk was het niet te vinden, want waar wij fietsen voor het plezier, gaan ze hier bergjes beklimmen. Het was dus een kwestie van het volgen van de dagjesmensen die, wederom, van al wat oudere leeftijd waren. Al snel raakte ik van het normale pad af en ineens was ik bezig met het beklimmen van een heuvel tenmidden van bebost gebied. Waar ik naar op zoek was, was een verdedigingsmuur. Na een metertje of 100-200 omhoog te zijn geklommen liep ik daar inderdaad ook tegenaan. Probleem was alleen: hoe kom je langs een verdedigingsmuur? Affijn, maar het padje gevolgd dat langs de muur liep, en al snel kwam ik weer andere mensen tegen, waarna ik via een kleine opening aan de juiste kant terecht kwam. Wat blijkt: door deze illegale sluiproute heb ik ook nog eens geen entree hoeven betalen.

Terug in het hostel was ik te gaar om nog iets te ondernemen, maar het is die nacht toch nog half 3 geworden omdat we met wat mensen besloten om nog even wat te gaan Chinezen. Daardoor werd ik vandaag ook weer veel te laat wakker (11 uur), en moest ik me nog 'haasten' voor de checkout. De eigenaar ging net zijn middagpauze nemen en ik werd meegevraagd om nog wat Japanse ramen te eten voor ik naar de luchthaven zou gaan. Daar kon ik natuurlijk geen nee tegen zeggen.

Vlucht was weer uitstekend, in een lekker grote Airbus met watbredere stoelen. Het grappige was datals onderdeel van de inflight entertainment alle hoogpunten van het EK nog eens werden getoond, en dit op een vlucht van Seoul naar Bangkok! Al die Koreanen konden hun held Guus Hiddink nog eens zien terwijl hij ons dus een kopje kleiner maakte.Ook nog eens de beste non sequitor ooit gehoord van de commentator, bij het potje tussen Rusland en Spanje: 'The Russians won the Eurovision Songfestival,and will they now also winthecup?!'. Juist.Ik heb als het goed is de Mekong gezien vanuit de lucht, en aan de andere kant (de Mekong is ook de grens tussen verschillende landen alhier) zag ik allerlei flitsen op de grond waar ik niet echt mijn vinger op kon leggen. Toen ik wat beter keek bleek dit vuurwerk te zijn! Ook wel leuk om te zien, vanaf 10km hoogte. Na een vlucht van 5 uur (wat voor mij inmiddels kort is) maakten we een nette landing in Bangkok.

Morgen ga ik dus Bangkok verkennen, ben benieuwd!

Seouligan

Veel gelopen, veel gezien.

Het vage aan Seoul is het exteem lage aantal buitenlanders. Ze zijn er gewoon bijna niet. Gisteren kwam ik op een hele dag lopen 3 andere toeristen tegen. Vandaag waren het er iets meer, maar dat kwam, zo lees ik nu, omdat dat een plek is waar veel westerse hotels zitten. In ieder geval ben je hier zelf ook een toeristische attractie, en vooral wat jongere Seoulieten gaan helemaal uit hun dak als ze je zien. De jongsten wijzen naar je in de metro, ze hangen uit de raampjes van de schoolbussen om naar je te kunnen zwaaien en studentes (die zijn er hier extreem veel omdat ik hier naast de Katholieke vrouwenuniversiteit zit) worden helemaal blij als ze een hand van je krijgen. Het begon meteen al toen ik gisteren de metro uit liep - een groepje meiden zwaaide meteen. Nu is dat op zich niets bijzonders, maar het werd wel vreemd toen ik ze tegen het lijf bleef lopen. Toen ik met twee Ierse jongens wat ging eten, liepen ze achter ons om ons gesprek op te kunnen vangen. Een beetje Engels oppikken, daar worden ze dol van. Toen de twee jongens vertelden dat ze uit Ierland kwamen, was de reactie een gillerige 'Oh my God, Eieland!'.

Die twee hebben het trouwens goed voor elkaar. Ze begonnen 4 maanden geleden in Dublin, en hebben nog steeds geen vliegtuig gebruikt. Ze zijn hier dus al treinend naartoe gekomen. Ook waren ze nog even in Japan geweest, en uiteraard was hun mening ook dat dit land een tweede bezoek meer dan waard is.

Je ziet hier veel dingen, maar het zijn vooral de kleine dingen die het hem doen. Jongens met Oranje KNVB kleding, spongebob telefoons, Hello Kitty gekte, kortom, ook deze stad is een tempel van het zogenaamde 'Cute Capitalism'. Waar alles in het westen wat meer draait om de 'stoerdere' dingen om de objecten van consumptie een symbolisch lading mee te geven, zo draait hier alles om de aaibaarheidsfactor. Men is vooral op jacht naar dingen die het cuteness ideaal tegemoet komen.

Natuurlijk als echte Nederlander volgt er nog even een paragraaf over hoe belachelijk goedkoop het is. Aan mijn budget ga ik niet eens komen: dan zou ik echt ineens big spender moeten worden. Een kaartje voor de metro naar de meeste bestemmingen kost niet meer dan 1100 Won (€0,62). Eten in een restaurant doe je hier voor zo'n 6000 Won (€3,41). Van het vliegveld naar de stad met high-tech trein kostte me in totaal 5000 Won. Ik slaap hier 5 nachten voor nog geen 100000 Won (€56). Mijn idee dat Korea me veel geld zou gaan kosten (in relatie natuurlijk tot de nog komende landen) is dus duidelijk niet waar.

Geslapen heb ik nog niet echt, in ieder geval niet aan een stuk door. Wennen valt dit keer flink tegen. 's Nachts om 3 uur heb ik de trek van het avondeten, en als ik dan eenmaal om een uur of 9 naast mijn bed sta is die trek ineens verdwenen. De blaren zitten in ieder geval weer op mijn voeten, dus dat toont dat ik al flink wat kilometers gelopen heb. Omdat het stadslandschap vrij heuvelachtig is, telt dat natuurlijk nog zwaarder. Grappige is wel dat, toen ik gisteren mijn 1e heuvel beklommen had (van zo'n, gok ik, 200 meter), ik tot mijn verbazing allerlei sportapperatuur tegenkwam met daarop fanatiek sportende senioren. Slecht ter been of niet, volgens mij is een heuveltje beklimmen hier dagelijkse traditie.

Maar goed, na een dag van flink lopen, is het nu tijd voor een Koreaanse maaltijd!

Hitori Dake

Na een flinke donatie van mijn ouders kant (waarvoor nogmaals mijn grote dank) en het emotionele afscheid van deze bevond ik mij dan ineens plotsklaps op weg naar Seoul. Heel vaag, want het voelde alsof ik met de trein naar Amsterdam ging. Het begint te wennen, denk ik. En dat vind ik eigenlijk maar goed ook, want dat zenuwachtige gedoe wat je met je mee draagt is soms een nog zwaardere last dan je rugzak (die deze editie 12 kilo telt + nog wat handbagage), vooral als deze eenmaal omslaat in onzekerheid.

Maar goed, na een praatje met een al wat oudere Nederlander die terug op weg was naar zijn eigen thuis (Nieuw Zeeland) over wat geschiedkundige kwesties, liep ik het vliegtuig in en ontdekte ik tot mijn genoegen dat ik bij de exit zat (= extra beenruimte van 2 meter). De Koreaan die naast mij zat koos snel een andere stoel omdat hij ook snel door kreeg dat het vliegtuig zich toch niet helemaal zou gaan vullen. Om nu te zeggen dat dit de pijn verzacht van het 10 uur lang in een kist te moeten zitten, nee, niet echt. Maar het gaat om het idee. Het eten was heel lekker, ook al weet ik niet echt wat het was. Ze spraken niet echt helder Engels (met de gebruikelijke verwisseling van 'l' en 'r'), dus toen ik iets met 'Korean' hoorde dacht ik 'doemijdiema'. Grappig ook weer het feit dat ze er van uitgaan dat je het niet pittig wilt: het pittige element kon je zelf nog toevoegen door het uit een tube te persen en er zelf doorheen te roeren (iets wat, zo is mijn wijs gemaakt, typisch Koreaans is omdat ze denken dat buitenlanders standaard niet van pittig houden). Dat onder Chatmonchy's 'Hitori Dake (helemaal alleen)' opkauwen was natuurlijk wel eventjes het hoogtepunt van de dag.

Na in 10 uur elke houding te hebben uitgeprobeerd die in mijn geval mogelijk was, maakten we een zachte landing op Incheon Airport. Ik liep zonder moeite langs de douane. Baggage claimen was wat lastiger, want ze hielden de taal Engels expres voor mij verborgen, op die display. Maar gelukkig kunt ik Japans (een beetje...), dus ik ontcijferde al snel wat tekens naar iets wat klonk als 'amusuterudamu'. Kon niet missen. De Won kwamen zonder moeite uit de pinautomaat, dus dat veel mee. Nog een uurtje rondgezworven over dat vliegveld op zoek naar mensen die me wat meer helderheid konden verschaffen over de volgende bestemming en de vage visumregeling aldaar, begaf ik me naar treinstation. Natuurlijk snapte ik er helemaal niets van, want ook deze stad is in de race voor meest complexe metronetwerk van het lokale sterrenstelsel. Meteen stond er iemand naast me, wees met een aanwijsstok (die daar serieus tussen de ticketautomaten aan de muur hing) naar mijn bestemming, greep het geld bijna uit mijn handen, wisselde het handig in voor kleingeld en zo kwam ik aan mijn ticket. Ik ging met licht de trein in (waar ik overigens ook kreten als 'gomen nasai'en 'arigato gozaimasu' om mijn oren geslingerd kreeg, waar ik dus heel blij mee was omdat het me een idee gaf van waar ik me uberhaupt bevond daar onder de grond) , en kwam er bij donker uit - overal neon. Hostel was zo gevonden, en een pc ook.

Ik ga me nu even ontgaren (douchen) en dan nog een rondje maken (fooood).

En terecht

Laatste werkdag zit er op, en dus is de symbolische grens bereikt. Vakantie van 6 maanden is voorbij, nu begint 3 maanden lang het echte werken! Toen ik van de bus op weg naar huis liep, kwam ineens B naast me rijden, in zijn bezorgbusje. Ik wist nog niet dat hij daar werk in had, maar dit ter zijde. Met zijn karakteristieke grijns bleef hij wat seconde naast mij rijden zonder dat ik er erg in had. Nadat ik hem had opgemerkt draaide hij het raampje naar beneden en vroeg me hoe ik het had gehad. 'Ik moet nog gaan', antwoordde ik. Ik kan me niet herinneren dat ik B uberhaupt op de hoogte heb gebracht van de reisplannen, maar ach, sensationeel nieuws spreidt sensationeel snel (bovendien ben ik gezegend met het fenomeen 'moeder')! Met diezelfde grijns vertelde hij me jaloers te zijn. 'En terecht', zei ik daar op.

Waar hij zeker niet jaloers op hoeft te zijn is de kopzorgen van de reiziger die op het laatste moment zich gaat bedenken of hij alles wel in orde heeft. Op een of andere manier is er altijd wel een puntje waar je over kunt struikelen. Puntjes die je voorheen totaal niet opmerkte, of die je afdeed als bijzaken, in de euforie van het vooruitzicht van enkele maanden rondtrekken. Zo blijft er altijd de nachtmerrie van het geweigerd worden aan de grens, of het vliegtuig niet inmogen omdat je niet voldoet aan de visumeisen. Maar ach, denk ik dan, ik ga gewoon op goed geluk. Ter plekke improviseren zal toch wel moeten, en uiteindelijk komen deze mentale kwaaltjes allemaal voort uit één bron: de permanente veiligheid waar wij in onze dagelijkse leventjes in verkeren. Een situatie waarin je niet zeker bent van je bedje, is dan al snel bedreigend, in ieder geval voor dat deel van je die niet voor ratio vatbaar is. Die zal dan allerlei 'jamaars' doen manifesteren waar je natuurlijk geen antwoord op hebt. Reizen draait deels juist om het afschudden van deze angst, en de angst simpelweg vertrouwen te hebben in het lot. Redelijke mensen passen ze zich aan aan hun lot, terwijl onredelijke mensen dit niet doen; de gehele menselijke beschaving is een product van onredelijke mensen.

Ik kijk het meeste uit, niet naar tropische stranden, romantische uitzichten over waanzinnige stedelijke of natuurlijke landschappen, goede gesprekken met gelijkgestemde geesten, maar naar, jawel, het wachten op het vliegtuig op Schiphol. Op een of andere manier hebben deze paar uurtjes een kracht die mij keer op keer weer aantrekt. Het heeft een beetje de sfeer van een rondje lopen in Manhattan. Je bent volledig anoniem in een grote massa mensen - zo anoniem ben je zelf niet als je alleen in je bed ligt (er is dan altijd die sensatie van het oog van God, of onheimelijke sensatie van een onverklaarbare aanwezigheid, of welk fantasme dan ook). Als je dan eenmaal weer opgepropt in het vliegtuig zit dan wordt je er meteen weer aan herinnert hoe obsoleet het gezegde 'getting there is half the fun' in onze tijd is. Tot nu toe heb ik echter altijd het geluk gehad naast boeiende mensen te zitten. Zo zat ik op weg naar Hong Kong naast een man die het opstarten van een fabriek in Ho Chi Minhstad moest regisseren. Van Chicago naar New York zat ik naast een professor in de economie, een gesprek wat uiteindelijk bijna profetisch blijkt te zijn geweest. Oh, dat is trouwens nog iets waar ik me eventueel druk om kan gaan maken: die economische ineenstorting van ons leenapparaat. Ach ja. Als landverrader geef ik natuurlijk al mijn spaarcentjes nu uit in een andere regio dan de veilige EU-zone. Aan de vernietiging van het grote boze semi-laissez faire kapitalisme draag ik natuurlijk maar al te graag bij.

Dat gedoe met die malariapillen nam trouwens nog een onzinnige wending: toen ik alsnog met reisplan kwam opdagen, zei de toen dienst doende dokter dat ik het zelf mocht uitzoeken aan de hand van dezelfde kaarten waar die vorige (achter zijn PCtje) ook al naar zat te wijzen! Nou ja, uiteindelijk dus pillen gekregen voor de twee weken in Laos. Alle inentingen heb ik ook overleefd (want er is altijd die 1 op de 250.000 kans van multi-orgaan falen!).

Affijn, nog een weekje me dood vervelen, en dan mogen we weer!

Platgespoten

Nou, het valt nu allemaal ook wel weer mee - maar toch ben ik inmiddels weer drie inentingen verder. Dat stelt tegenwoordig ook al niks meer voor - misschien heeft het dat eigenlijk nooit gedaan. Maar als je terugdenkt aan vroeger, dat je als klein jochie de school binnen kwam lopen, waar kinderen huilend en schreeuwend werden vastgehouden enkel uit angst voor de naald... Dan voel je je toch weer een beetje op die manier. Je denkt dat er heel wat zal komen. Het gevoel alsof je in het vliegtuig stapt naar een land ver van hier. Maar zonder dat je er eigenlijk erg in hebt is je lichaam weer wat milliliter vloeistof rijker. Weer een obstakel overwonnen. Alhoewel...

Het consult met de arts was dus weer een geslaagd iets. Ik voel me altijd sneller dan de realiteit, en als deze me dan plots inhaalt, ben ik eventjes gedesorienteerd. De beste man begon een heel verhaal af te steken over wat ik allemaal wel en niet moest doen, waar ik dus, hoe raar het ook klinkt, helemaal niet op gerekend had; hij gaf me allerlei adviezen, en keek me heel serieus aan. Het was vrijdagmiddag vier uur, dus ik ging maar niet interessant zitten doen, en zei gewoon zoveel mogelijk 'ja'. Tikkend achter die computer van hem, vroeg hij ineens om mijn reisplan. Reisplan? Heu? In een flits leken al mijn vorige reizen voorbij te komen - de reizen elk zonder reisplan. Toen ik eerder in dit jaar eenmaal op Hong Kong stond, was dat wederom zo'n moment dat de realiteit me ineens inhaalde. Ik vroeg me pas ter plekke af waar ze in Hong Kong eigenlijk mee betaalden, en hoeveel dat dan wel niet waard mocht zijn. Een paar Nederlanders informeerden me over een wisselkoers van 1 op 12. Ahaaaa... ja, juist. Nou ja, ik had uiteindelijk maar blindelings een bedrag ingetoetst bij die pinautomaat, met als gevolg dat ik nu nog met dat vage geld opgescheept zit. Ik zie dat echter als een teken dat ik binnenkort maar even terug moet, en ik zit weldra toch daar in de buurt, dus...

De beste man had hem echt nodig. Dat reisplan. Voor die malariapillen. Nu was ik zelf al net zo ver dat ik wist dat je tegen malaria niet ingeent kunt worden, maar ik hoopte eigenlijk stiekem ook dat zo'n figuur er niet over zou beginnen. Waar de reis nu exact heen ging, informeerde hij nog eens. Ik had het al gezegd: Thailand, Maleïsie, Cambo... Ja, ja. Maar wáár, précies. Ja, weet ik veel. Beetje bij Bangkok in de buurt. Rondhangen bij Kuala Lumpur. Met de trein, van Hanoi naar Ho Chi Minhstad. Via Cathay overstoppen in Hong Kong, eventueel. En wat dan? Cambodja in? Laos? Hoe moet ik dat nou nú weten? Misschien vind ik het er wel helemaal niet leuk. Al dat gedoe. Met die visa, bijvoorbeeld. En nu dat geprik met die naalden, en dat gedoe met die pillen. Dan pak ik toch de eerste de beste vlucht, lekker naar Tokyo? Nou ja, uiteindelijk kwam het er op uit, dat ik maar over een maand nog eens terug moest komen. Vooruit dan maar. Die arts naar de assistent, die de prikken moest geven... 'Meneer heeft zijn reisplan nog niet in orde, hij moet terugkomen'. Voelde me weer net een jongen die zijn huiswerk niet had gemaakt.

Nu zit ik een beetje te dobben. Serieus een reisplan proberen te maken? En dan? Wél of níet expres dwars door malariagebieden, om wél of níet drie maanden lang pillen te moeten slikken? Ik weet toch wel, dat het irrelevant is hoe accuraat het reisplan is; ik zal er toch wel van afwijken. Ik bedenk me nooit van tevoren wat ik de volgende dag ga doen, als ik op reis ben. Daar word ik in de ochtend altijd vanzelf mee wakker. En dat doe ik dan. Ik heb een hekel aan dingen van tevoren zien aankomen. Laat een wildvreemde me maar aanspreken, en als dat niet zo gebeurd, dan spreek ik zelf wel iemand aan. Daar dan achteraan gaan, of tips uitwisselen. En als het dan niks is, met zo'n persoon mee, een kutsmoes bedenken waarom je ineens iets anders te doen hebt. Als ik graag dingen wil zien aankomen, dan blijf ik wel lekker thuis. Dan weet ik, dat ik de volgende dag zeven uur lang tomatenplantjes mag clippen, en dan nog wat uurtjes achter de pc kan hangen, om dan voor het slapen gaan nog wat in een semi-intellectueel boekje te lezen. Zoals het gezegde gaat: een slechte dag op reis is beter dan een goede dag op het werk. En als we het toch over het lezen van boeken hebben, dan die geweldige uitspraak van Augustinus: het leven is een boek, en zij die niet reizen, lezen slechts één pagina. Ja, dat had die man goed gezien. Op die manier weerlegde hij Kant al voor die ook maar kon beginnen met schrijven.

Maar ach, denk ik dan. Wat is reizen dan? Het is niets meer dan je lichamelijk verplaatsen. Kant, die had tenminste een grote geest. Hij mocht dan wel nooit iets van de wereld hebben gezien, maar zijn eigen wereld, dáár was hij heer en meester. En dat is nu de kwintessens. Het subtiele verschil tussen de wereld, of mijn wereld. De wereld bestaat niet, roep ik altijd. Dus daar ga ik niet in reizen, want dat kan niet eens. Mijn wereld, daar reis ik in. Want dit is mijn wereld. Mijn wereld!

Volgende trip!

Na de Vertical Orgasm trip met Tim en friends in april 2007 (New York, Chicago en Philadelphia, check links voor de foto's van Tim), de daar op volgende solotrip naar Tokyo in mei van datzelfde jaar, en de terugkeer naar Japan (Tokyo smaakte naar meer!) en tevens een bezoek aan Hong Kong april/mei dit jaar, is het later dit jaar tijd voor de grote reis richting Zuid-Oost Azië!

De reis zal 8 oktober beginnen met een vlucht naar Seoul, Zuid-Korea. Na een kort bezoek aan deze gigantische metropool (enkel in omvang overtroffen door Tokyo!) zal ik dan 14 oktober doorvliegen naar Bangkok. De reis terug staat nu op 2 januari, dus heb ik 3 maanden de tijd om me aldaar te vermaken. Uiteraard zal ik niet enkel in Thailand blijven, maar waar het schip uiteindelijk zal stranden, dat zien we tegen die tijd wel. Zeker is dat mijn visa-upon-arrival slechts 30 dagen geldig zal zijn, dus na die periode moet ik toch een ander land induiken!

Voorlopig heb ik nog 2 maanden werken voor de boeg -- ik kan enkel hopen dat de zomer blijft tegenvallen zodat ik niet van de hitte omkom in de kassen. Dat zou sneu zijn. Kan ik me in deze tijd ook mooi gaan bekommeren om de benodigde inentingen, het leren zeggen 'ik spreek geen Thais' in het Thais (en me te bedenken of dat eigenlijk wel logisch consistent is) en het vliegtickets jagen op AirAsia.com.

Vergeet niet de moeite te nemen je op te geven voor de mailinglijst (...you know you want it)!