Hong Kong Second Ignition
Uiteindelijk een hoop moeite bespaard door een tip van een Taiwanese man; niet de trein genomen naar Nanning, maar de bus. Dit was minstens zo comfortabel, sneller en zonder het gezoek naar perrons. Vooral omdat deze overgang niet echt bijzonder veel gebruikt wordt door niet-Aziaten was het dus wel prettig om zonder al teveel gedoe aan de andere kant van de grens te komen. De Chinezen waren behoorlijk easy-going - gewoon enigzinds confident vertellen wat mijn plannen waren was voldoende om de grens over te steken. Het probleem is echter wel dat mijn paspoort op het moment te oud begint te worden om makkelijk leesbaar te zijn, dus daar hadden ze wel een klacht over waardoor ik even dacht dat ik in de problemen was. Ach, het viel allemaal wel mee.
De Chinese zijde was meteen een compleet andere wereld. Een supermoderne snelweg, geen scooters meer maar gloednieuwe auto's en een enorm mooi ongerept landschap. China! Het land wat voor velen waarschijnlijk exotische gevoelens oproept was voor mij als een terugkeer naar huis, terug de beschaafde wereld in. De bus tuftein goed tempo naar Nanning, de grootste stad van de provincie Guangxi, die grenst aan Vietnam. In de bus zat slechts een ander paar buitenlandersdie ik in Sapa ook al had gezien, dus we namen eenmaal in Nanning gezamelijk een taxi naar het stadscentrum. Het paar, wat 6 maanden op reis was samen met hun 3 jaar oude dochter, spraken Frans, en maakten er een spelletje van voor mij te raden waar ze vandaan kwamen. Helaas had Dennis al eerder een jongen van hetzelfde eiland ontmoet, dus ze moesten toch toegeven dat mijn wereldkennis wat meer op niveau was dan zij vermoedden (Reunion Eiland is een kleine eiland bij Madagaskar wat nog steeds Frans is).
In de taxi klonk eigenlijk de hele tijd enkel 'ooooeeeh' en 'aaaah'. Ineens kreeg ik het heel erg naar mijn zin. Fatsoenlijke hoogbouw, op Chinese stijl verlicht, en nog eens extra gedecoreerd vanwege het 50 jarig bestaan van de autonome Guangxi provincie. Zoveel mazzel kan natuurlijk alleen ik hebben. Ik kreeg het nog erger naar mijn zin toen ik er achter kwam dat de stad 100% Chinees was. Bij het hotel dus meteen paniekerig in het woordenboek gebladerd om ervoor te zorgen dat ik niet op dezelfde kamer als de Fransen terecht zou komen. Ook eten zoeken was dus een avontuur op zich, en we zaten eigenlijk allemaal met lange tanden aan het avondeten. Hun dochtertje viel goed in smaak bij de lokale bevolking: veel wilden met haar op de foto, en in het restaurant werd ze al snel geconfisceerd voor fotoseries met de bediening. Uiteraard was ze dit na 6 maanden wel gewend en zodra de camera op haar werd gericht verscheen er een enorme glimlach.
De Fransen gingen de dag erna hun eigen weg, naar Hong Kong, om vanaf daar terug te kunnen vliegen naar huis (lange leve de Thaise bevolking en het geniale, doch ongemakkelijke, idee om Bangkok Airport te bezetten). I was on my own. Rondlopen, dus maar. Toen ik op een gegeven moment door het CBD liep, en daar een centraal plan op wandelde, zag ik een groepje fotografen een model op de foto zetten. Daar wilde ik natuurlijk wel een foto van, maar het laten zien van mijn blonde hoofd was genoeg om een flinke rel te veroorzaken. In ieder geval was hun interesse in dat, niet al te onaardig uitziende, model meteen weg en werd de lens op mij gericht. Een of ander meisje was Engels studeerde schoot de beste mensen te hulp en toen had ik weer eens een authentieke Lost-in-Translation ervaring. Een fotograaf hing een heel verhaal op en had volgend mij behoorlijk wat ideeen, en toen de vertaalster eenmaal mijn kant op liep was het enige wat ik te horen kreeg 'please look tired'. Oh, ok. Ik dacht toch echt dat hij wat meer dan dat zei, maar dat zal wel weer aan mij gelegen hebben. Het maakte uiteindelijk toch niet uit wat ik deed, want ze vonden alles leuk. Modellen werden er bij gehaald, en moest net kijken alsof ik het niet naar mijn zin had, maar uiteraard had ik er weinig op tegen om met schoone dames op de foto te moeten.
Het vertaalstertje vond wel dat ze nu haar eigen privesessie had verdient, dus voor ik het wist was ik met haar en haar vriendinnen op weg naar de plaatselijke universiteit. Van foto's maken kwam uiteindelijk weinig terecht, want deze meisjes waren natuurlijk overal behoorlijk nieuwsgierig naar. Nanning is waarschijnlijk de slechtste plek ter wereld waar je Engels kunt studeren, omdat er gewoon niet veel buitelanders komen. Hun Engels was dan ook niet van het hoogste niveau, maar nog steeds goed genoeg om wat culturele eigenaardigheden uit te wisselen. De arme studentes heb ik uiteindelijk op avontuur door hun eigen stad meegenomen, want ze hadden die verlichte gebouwen waar ik het had over had zelf nog nooit van dichtbij bekeken. De suggestie om een taxi te nemen (wat je hooguit 15 yuan kost, zo'n 1,50 euro) had dan ook open mondjes tot resultaat. Wederom zat ik dus in een taxi vol 'oooeeeh' en 'aaaaahs'. Het vertaalstertje vond het allemaal wel leuk en vond dat de volgende dag ook wel op die manier besteed kon worden, dus de dag erna met haar door de stad gezworven en kennis gemaakt met de manier waarop Chinese mensen elkaar proberen te strikken: het is niet de jongen die de moeite moet doen, maar het meisje. 'You are so handsome, and look like movie star'. Dat wist ik natuurlijk al langer dan vandaag, maar de opmerking daarna dat ze in haar moeder's noodletentje werkt was genoeg om mijn interesse te wekken. De harde realiteit zorgde er echter voor dat ik diezelfde avond om half 8 gewoon in de trein zat, op weg naar Guangzhou. Reiziger ben je uit principe, en het moment dat je je laat inpakken door de charme van een bepaalde plek (of zijnvrouwvolk) is het met je gedaan (In Thailand ook al te lang, een week, op dezelfde plek gezeten, en daar heb ik nu nog steeds hinder van). Even doorgezet, en de supervette ervaringen van Nanning maar gelaten voor wat ze zijn.
13 uur in een trein zitten is een heel slecht idee. Dat ga ik dan ook niet meer doen. Vooral omdat Chinezen vinden dat ze makkelijk met zijn 6en op 3 stoelen passen. Slapen was dus geen optie en doodgaar kwam ik na een verschrikkelijke tocht aan in Guangzhou. Uit pure vermoeidheid het eerste de beste hotel genomen waar uiteindelijk de ratten door de kamer schoten. Het was maar voor een nacht, en ik was zo moe dat ik toch wel sliep, met of zonder ongedierte. Guangzhou zelf had totaal niet de charme van Nanning (wat erg breed is opgezet en duidelijk een dieper stedelijk plan kent), maar had wel de brute hoogbouw waar ik voor naar China was uitgeweken. Ik dus al snel 450 meter schoon aan de haak, zoals Tim dat zou hebben gezegd. De giganten van China zijn bijzonder indrukwekkend, en de hoeveelheid constructie die er gaande is, is waarschijnlijk enkel geevenaard door een plek als Dubai. Het grote verschil is echt dat de vraag in China een reeele is, en in Dubai enkel virtueel.
Ik had haast om in Hong Kong te komen, want daar zou ik een vriend ontmoeten. Niet te lang gebleven dus, en meteen door gegaan naar Shenzhen. Deze stad is een ware Chinese legende. In de jaren 70 was dit nog een suf vissersdorpje van 40000 man, en tegenwoordig is het een 10 miljoen inwoners tellende megapool, die grenst aan Hong Kong. Je kunt wel stellen dat Shenzhen het proefkonijn van China is (geweest), en dat het aanwijzen van dit soort 'Special Economic Zones' het geheim is achter het Chinese succes. In ieder geval hebben de Chinezen wel bewezen dat de liberale democratische vorm van kapitalisme van Washington niet de enige manier is om gillend rijk te worden. Vooral niet na de overname van Hong Kong, wat waarschijnlijk de meest kapitalistische plek op aarde is enwaar het laissez-faire kapitalisme van voor de beurscrash van de jaren 30 in de VS nog steeds zegeviert. Dat de rest van de wereld zich toevallig nu druk maakt om ecologie is natuurlijk enkel een van de maatregelen om alsnog te proberen het Chinese succes enigzinds in te dammen. Ook het pot-verwijt-de-ketel gezeur over mensenrechten is slechts ironisch en een hele slechte grap. Dat er dan een soort van samenscholingsverbod is, is enkel een manier om te verkomen dat er bewegingen onstaan die uit kunnen groeien tot, noem eens wat, een religie, welke nog minder toe te voegen heeft aan de welvaart van een staat dan de idioten die Geert Wilders stemmen. Het westen heeft haar moral highground in ieder geval al langer dan een paar jaar geleden verloren. De Chinezen die ik in Guangzhou tegenkwam, en die mij met mijn camera de stad zagen vastleggen, glimlachten naar me met dezelfde lach die ik op mijn smoel heb als ik mijn moeder voor de zoveelste keer keihard oplicht met Monopoly, waardoor ik mijn broertje genadeloos kan verslaan. En terecht, denk ik dan.
Voorlopig kan ik de komende dagen gaan genieten van Hong Kong, en van Korean Air, die weigert mijn vlucht van Bangkok naar Seoul te cancellen zonder ook meteen de vlucht naar Amsterdam ook te annuleren. Ik hoop nu dus dat ik met D-reizen een voet tussen de deur kan krijgen, en anders moet ik alsnog terug naar Bangkok. Dat is in principe geen probleem (een enkele vlucht Shenzhen -> Bangkok kost me hooguit 60 euro), maar het is niet waar ik op gehoopt had. We zullen wel zien wat er uit komt rollen!
...Oost best!
In Saigon uiteindelijk maar wijs geweest en een City Tour geboekt. Ze rijden je dan eenvoudig met een busje door het drukke verkeer heen naar verschillende highlights in de stad. Je kunt wel door de rest van de stad lopen, maar niet als je echt perse ergens heen moet, want dan is het een opgave om je door het drukke verkeer te banen. Het is wel mogelijk, maar vereist enige oefening. Het is eigenlijk gewoon een kwestie van domweg over straat beginnen te lopen en aan te nemen dat ze met die scooters wel om je heen zullen gaan, wat ze dus meestal nog doen ook. Een dagje later met een andere tour richting de Mekong Delta gegaan, maar dit uitstapje viel helaas iets tegen. Misschien omdat ze voornamelijk proberen je door verschillende winkels te jagen, waar je helemaal niet heen wilt, maar waar ze wel helemaal de moeite gaan nemen om je over de geschiedenis en de ambacht te vertellen. Niet echt waar je voor komt, maar je neemt het maar op de koop toe. Gelukkig was het maar een uitstapje van een dag, dus voor ik het wist zit ik weer in het hoogtepunt van elk uitstapje tot nu toe: het vervoer erheen. Vanaf die bussen heb je tenminste een goed uitzicht over het verkeer en kun je rustig naar de scooters turen die de meest gekke dingen vervoeren. Van levende kippen, ganzen en zelfs moddervette varkens tot keukenapparatuur en het hele gezin. Het meest vermakelijk wat Saigon te bieden heeft, als je het mij vraagt. De rest van de toeristische bezienswaardigheden draait om de oorlog en is dus een beetje slachtoffer- toerisme. Dat ze eigenlijk nog relatief weinig in contact zijn met hun eigen oorlogsverleden blijkt wel uit verschillende dingen die ik heb gezien van nogal tegenstrijdige ideologisch-symbolische uitingen (bijvoorbeeld in de bus in Laos - een video over de goede Vietnam Laos relatie, waarbij een volkszanger zingt op een decor met een enorm pepsi-logo op de achtergrond terwijlin de volgende scene van hetzelfde liedeen Amerikaans toestel wordt neergehaald door het Noord Vietnamese leger - een beetje Zizek's koffie-zonder-caffeine idee, het schadelijke element van elke substantie opgeheven om zo een leeg product te creeeren wat zichzelf compleet tegenspreekt). De duidelijkste tekenen van de oorlog vind je niet in de musea die enkel gaan over het glorieuze verleden van de opstand tegen de Amerikaanse agressor - nee, je ziet ze op straat, in het heden, in de vorm van mensen geaffecteerd door Agent Orange; misvormde gewrichten, bedelend bij dezelfde mensen die het spul tegen ze hebben gebruikt. Tot zo ver een mislukte, bankroeteideologie - van beide kanten.
Vanuit Saigon de nachttrein genomen naar Danang. Een lange rit van 18 uur, maar hij vloog voorbij, mede dankzij een interessante coupegenot, maar voor het grootste deel omdat ik 13 uur dromend heb doorgebracht. De trein is een bijzonder comfortabel vervoersmiddel, zo heb ik ondervonden - beter dan het vliegtuig of de bus. Vanuit Danang gebruikt gemaakt van een hotel-pickup service naar een hotel wat we uiteindelijk niet gebruikten - en toen stonden we in Hoi An. Simon en ik waren het er allebei over eens dat het wederom weer eens zo Disneyland-achtige plek is wat echt behoorlijk irritant begint te worden - een waar we zelfs, zittend op een terrasje waar ze enkel Europees eten hadden, een man zagen die de bedelaars dirigeerde om ze zo efficient mogelijk over de straten te latenstrompelen -dus meteen maar een busticket geboekt naar Hue. Dat beviel ons iets beter, maar we hadden allebei nogal haast om in Hanoi te komen, dus na de hoogtepunten daar te hebben bekeken (o.a. een behoorlijk fraai citadel) meteen weer in de trein gestapt om nog eens 18 uur te moetenbrommen. Deze rit niet zo goed geslapen, want het spoor werd op een gegeven moment nogal hobbelig. Met een behoorlijke slaperige kop om half 6 uur sochtends zuilde ik achter Simon aan door de straten van Hanoi op zoek naar een hostel wat ik uiteindelijk niet gebruikte. Ingecheckt in een iets duurdere tent, waar een zeer vriendelijke medewerkster uiteindelijk mijn hele schema invulde - ik hoefde alleen maar de instructies te volgen. Met mijn hele programma opgevuld voor een week werd alles ineens veel makkelijker en kon ik dus even gaan genieten (al het regelwerk wat je moet doen om van A naar B te komen wordt op een gegeven moment ook steeds vervelender).
Hanoi en Saigon zijn elkaars antithese. De breuk tussen noord en zuid is nog steeds zeer duidelijk voelbaar. Ik heb hier in een hele week geen enkele persoon gezien met Agent-Orange-achtige verschijnselen. De stad straalt een rijkdom uit die Saigon zeker niet heeft, en het voelt bijzonder Frans aan. Bomen in de straten, parken op verschillende hoeken, verkeer wat nog enigzinds in banen wordt geleid. Rijkdom bedoel ik hier uiteraard relatief, want westerse manier van 'rijk' zal het in deze regio (hoop ik) nooit worden. Hanoi is een plezante stad om te verkennen, en extreem fotogeniek. En het belangrijkste: ze wordt, net als Saigon, geleefd door haar inwoners.
Na slechts een dagje in Hanoi meteen richting Halong Bay gegaan. Zoals mijn vader al vermeldde in een reactie op een van mijn foto's is deze baai het natuurwonder van Vietnam. Honderden rotspartijen die verticaal de lucht in schieten creeeren, vanuit de haven gezieneenimposante skyline. De trip was behoorlijk goed georganiseerd, niet zoals die in Saigon. Eerst met een boot door de baai gevaren, daarna bezoek gebracht aan een behoorlijk indrukwekkend grottencomplex en rond een uur of 4 kreeg je de gelegenheid zelf wat rond te peddelen. Een zeer humoristische ervaring, vooral als je samen in een bootje zit met een Vietnamese die niet kan zwemmen en gilt om elke vliegende vis. Dat ze nauwelijks Engels sprak was dus nog het minst grote probleem. Toen we eenmaal op een lijn zaten wat 'left' en wat 'right' is (ik had haar net zo goed 'links' en 'rechts' kunnen leren) waren we de weg al kwijtgeraakt en vonden we gelukkig een ander bootje met enkele van ons tourgenoten. Dit overkomt je natuurlijk enkel als je alleen reist.
De volgende dag, naeen zeer fraaie zonsondergang en een paar uur durende uitval van de motor, richting Cat Ba gevaren. Dit eiland is nog relatief onderontwikkelt, maar over een paar jaar is dit waarschijnlijk een van de grote toeristenbestemmingen van Vietnam, gezien het enorme aantal resorts wat daar in de planning staat.Een berg opgeklommen, van het uitzicht genoten en de rest van de dag op het strand doorgebracht. Ik had nog wel wat meer dagen daar willen luieren, maar helaas stond mijn volgende tour al vast en moest ik dus de volgendedag terug richting Hanoi. Daar stond ik uiteindelijk om 4 uur weer bij mijn hotel om om 7 uur opgehaald te worden voor de trip naar Sapa. Eerst een slaaptrein genomen naar Lao Cai, aan de grens met China (van waar sommigen de oversteek maken om in Kunming te eindigen). Tijdens deze trip werd het me duidelijk hoe enorm divers Vietnam eigenlijk is. Het land heeft meer te bieden dan haar buurlanden (op China na, waarschijnlijk), wat me doet afvragen waarom het nog relatief onbekend is in Nederland. Ineens zat ik op 1600 meter hoogte, in een plaats die me vaag deed denken aan een Zwitsers skiresort-achtig dorp. Enkele trips gemaakt vanuit Sapa naar omliggende dorpjes, waar de bewoners nog allemaal van het land leven en sinds kort dus ook van de toeristen die komen om het spectaculaire landschap te bewonderen. De bergen in deze streek zijn het meest oosters gelegen deel van de Himalaya's, met in Vietnam een piek van 3300 meter. Eigenlijk heb ik 2 dagen lang tegen een enorme muur van 2000 meter aan zitten staren. De rijstvelden bekeken, dingen gekocht van de lokale bevolking (die constant wel iets in elkaar zitten te naaien om te kunnen verkopen aan de rijke toeristen), genoten van de frisse lucht en inmiddels zit ik weer in Hanoi, met eindelijk het meest belangrijke in mijn handen waar ik al een aantal weken naar uitkijk: een Chinees dual-entry visum!
Kapotte Slippers
Na weer eens een heel verhaal te hebben getikt besloot deze website het verhaal toch maar niet te plaatsen (iets wat me helaas al vaker is overkomen; normaal onthoud ik altijd wel even om te kopieren, maar ben op het moment te gaar om gezond te kunnen functioneren), dus houd ik het nu even bij het meest essentiele.
Pap, je slippers hebben de reis niet overleefd. In Hue besloten ze mijn geslenter niet langer aan te kunnen, dus daar zijn ze in de overstroomde straten overleden. Natuurlijk geen probleem, want een Vietnamees sprong direct van zijn scooter om de zijne aan mij te verkopen. Voor 75.000 dong heb ik de zijne maar overgekocht, en de jouwe heeft hij ergens in de goot gedumpt. Als ik thuis kom krijg je dus een nieuw paar slippers die volgens de beste jongen zeker $20 waard zijn!
51%
De hoge verwachtingen voor Louang Prabang waren eigenlijk nergens op gebaseerd. Deze plaats is eigenlijk niets meer dan een verwesterde stad in een land waar de standaard van het westen bij lange na niet gehaald kan worden. Kortom, een stad met een pretentieuze 'feel'; het zag er allemaal wel heel aardig uit (en dan bedoel ik 'aardig' op de manier waarop de gemiddelde idioot het zal beleven), maar als dan hele dagdelen de stroom uitvalt, dan is de plek niets meer dan een slechte grap. Maar goed, gewoon met de groep GE-ers er op uitgetrokken. Naar de watervallen, tempeltjes kijken, rondje fietsen en bergje in het midden van de stad beklimmen. De watervallen waren dan nog wel het indrukwekkendst, maar voor de rest heb ik de tijd nogal verveeld doorgebracht. Het was dan ook fijn toen ik eenmaal in de bus naar Vianchan, de hoofdstad, zat.
De bus was wel weer hoogtepuntje op zich. Goede service, zeer goede uitzichten. Snel gingen we niet, maar dat maakte niet uit. Het berglandschap was mooi genoeg om zelfs na 5 uur nog interessant te zijn. De chauffeur moest telkens remmen en gas geven om de bochtige weg af te kunnen leggen. Toen we eenmaal de bergen uit waren en op wat vlakker land reden werd het allemaal wat eentoniger. Eenmaal weer in iets wat leek op een wat groter dorp bleek dit Vianchan te zijn; niets meer dan een set aan elkaar gegroeide dorpen langs de Mekong. Wel een groot dorp, want we reden toch zeker een uur lang door haar straten om in het centrum te komen. De totale rit duurde uiteindelijke 10 en half uur, maar dit ging dus voor mijn gevoel veel sneller.
Ik kwam savonds de 18e aan en in de ochtend van de 20e zou mijn vliegtuig naar Ho Chi Minhstad vertrekken, dus echt veel heb ik niet kunnen zien. Een blokje om gelopen en alle monumenten bekeken. Achteraf gezien zou ook Vianchan na 2 dagen wel zijn gaan vervelen omdat er gewoon niet veel te doen is. De sfeer was wel aangenamer dan in Louang Prabang en in deze stad werd wat meer geleefd door de lokale bevolking zelf, in plaats van door enkel toeristen. Als je de brede lanen verlaat kom je gewoon in dorpse toestanden zonder geasfalteerde wegen terecht, waar alle plaatselijke bewoners je lachend aanstaren. Omdat we aan de grens zaten met Thailand wemelde het hier van de vieze mannetjes die je in Thailand veel tegenkomt; veel van dit soort figuren komen enkel een dagje naar deze stad om een vernieuwd Thais visum te krijgen. Een zo'n zielig figuur zat dronken buiten het internetcafetje waar ik een avondje doodde; elk jong meisje wat langs hem liep werd gevraagd of ze tegen een vergoeding niet met hem mee wilde gaan. Toen ik dit aanhaalde tijdens een gesprek met een wat oudere Ierse man tijdens het avondeten (in het beste Indiaanse restaurant waar ik ooit gegeten heb - verrukkelijke nan) merkte hij op dit hij dit soort mensen niet probeert te veroordelen omdat het eigenlijk een probleem is wat een gevolg is van de manier waarop we in het westen de oudere van dagen (wat dit zijn de mensen die hier naartoe gaan om meisjes te kopen) behandelen. Feitelijk komen deze mensen hier omdat hun pensioen het toestaat, en ze in Nederland het enkel koud hebben en alleen zijn - veel geld en psychologisch arm. In dit soort oorden hebben ze het altijd lekker warm en kunnen ze goed gezelschap gewoon kopen. En geef ze dan nog eens ongelijk.
De vlucht stelde niet zo veel voor, maar dat komt natuurlijk voornamelijk omdat deze methode van vervoer buitengewoon comfortabel is vergeleken met 2 dagen in een slome boot op de Mekong of 10 uur in een bus. Een uurtje na opstijgen maakte we een tussenstop in Phnom Penh, de hoofdstad van Cambodja. Na een half uurtje gingen we verder en na 35 minuten landden we in Ho Chi Minhstad, of Saigon. Zonder al te veel moeite door de paspoortcontrole heen, die hier toch net iets strenger was dan in voorgaande landen. In ieder geval werd er wel even geinformeerd naar wat ik kwam doen, hoe lang ik bleef en weer ik heen zou gaan. Daarna weer flink opgelicht door de taxi - het blijft lastig als je in een nieuw land bent met nieuw geld (de beste man maakte van 5000 dong 50000... Wat natuurlijk nog steeds niets is, maar het gaat om het idee - 1 euro is zo'n 21000 dong). Ook bracht hij me niet naar het juiste hotel, maar het hotel waar hij me heen bracht had wel dezelfde kamer voor een lagere prijs, dus deed ik er maar niet te moeilijk over. Vooral de receptioniste is erg behulpzaam en regelt graag dingen voor je (tickets, tours, etc), en dat is eigenlijk een must, omdat alles zelf doen in een stad als deze vrijwel onmogelijk is. Het 'tering!'-gevoel wat ik deze reis nog niet echt heb gehad is hier wel degelijk aanwezig - het is hier een beetje net als in Hong Kong, minus de hoogbouw. Er er rijden hier bizar veel scooters; de tourguide die me gisteren door de stad reed vertelde me dat Saigon zo'n 5 miljoen scootergebruikers heeft, op een bevoking van 7 miljoen - allemaal goedkope scooters geimporteerd uit China. De stad kent voor de rest geen metro of treinnetwerk, dus je door de stad bewegen met het bijzonder drukke verkeer is een ware nachtmerrie. De straat oversteken lijkt gekkenwerk maar het is makkelijker dan in Nederland - gewoon ogen dicht en lopen. De scooters schieten links en rechts om je heen, maar zolang je op dezelfde snelheid rechtdoor blijft lopen is er niets aan de hand.
Vandaag heb ik nog een dagje nietsdoen (lees: willekeurig door de stad lopen en hangen in internetcafe), en morgen heb ik nog een uitstapje naar de Mekong delta enkele kilometers ten Zuiden van hier. Ik heb op de kaart de route ingetekend helemaal tot aan Seoul, want die staat al redelijk vast - mits ik natuurlijk zonder problemen een Chinees visum kan regelen. 12 december zal ik als het goed is een Nederlandse vriend ontmoeten in Hong Kong en met hem samen naar Bejing reizen (hij loopt momenteel daar stage), om daar kerst te vieren. Dan is het enkel nog een oversteek maken naar Zuid Korea voor oud en nieuw en de vlucht naar huis. Een reisgenoot in het vooruitzicht is wel fijn, want het alleen reizen kent zo zijn mentale uitdagingen. Vooral het feit dat iedereen die je ontmoet na 2-3 dagen weer een andere kant op gaat maakt echt iemand wat beter leren kennen onmogelijk. Iemand waar je je 'wow!' momenten voor wat langere tijd mee kunt delen is dan wel even fijn, maar dit moet ook weer niet te lang duren want anders verlies je wat je kunt krijgen als je het zelf doet, hoe uitdagend dit soms ook kan zijn. Alleen reizen is een fulltime baan, want je moet toch constant jezelf kunnen bezighouden, en je hebt nooit iemand op terug te vallen. Dit maakt het wat zwaarder dan groepsreizen - maar het bespaart ook een hoop ergernissen. Bij alles wat ik tot nu toe in groepsverband heb gedaan was ik ook na een dag of 2 dan wel weer blij dat ik mijn eigen kant op mocht. Dit ligt dan niet aan het feit dat ik me zou ergeren aan de individuen op zich - nee, het gaat puur om het feit dat je in een groep bent, en dat een groep meer is dan enkel een collectie individuen. Een groep betekent simpelweg dingen opgeven - een prijs betalen. Voor de meeste is dit geen probleem, maar ik doe mijn dingen liever alleen - zo weet je zeker dat met je neus op de ervaringen wordt gedrukt, of je nu wilt of niet. Het is een principiele kwestie - een keuze. Het is wat de reis voor mij interessant maakt - de omgeving zelf is slechts bijzaak. De uitdaging ligt hem voor mij dan ook niet in het van A naar B komen; dit is kinderspel... Het is de psychologische uitdaging, het is de constructie en uitdraging van een identiteit (niet zozeer MIJN identiteit - maar EEN identiteit - mensen die in fantasmen als 'jezelf' geloven zien enkel spoken).
Maandag met de trein -- volgende locatie: Danang.
Same same, but different
In Huay Xai was het eventjes aanpassen aan de lokale standaard; alles rustig aan. In het hostel waar ik terecht kwam zat toevallig ook weer de permanent dronken Zweed, dus het begon al goed. In ieder geval waren we het al snel eens dat de lokale munteenheid een verschrikkelijke uitvinding is - grote biljetten, rare en frequent fluctuerende waarde tegenover andere munteenheden.Ik wisselde maar snel 1000 baht in voor 240.000 kib om niet opgelicht te worden waar ik bij stond, want zo netjes zijn ze natuurlijk nog net wel. Je betaalt makkelijk teveel als je besluit je aankopen in Baht te betalen. Gewapend met wat Kib checkte ik in bij de Gibbon Experience. Na een week te hebben gewacht in Chiang Rai zou ik nu eindelijk gaan zien of het de moeite (zowel in tijd als geld) waard zou zijn.
De volgende ochtend was het moeilijkste om op tijd op te staan, want een week lang luieren in Chiang Rai heeft mijn slaappatroon niet echt goed gedaan. Mijn tas gedumpt bij het office en metslechtsessentiele dingen (lees:tandenborstel en pikachu pak) op stap gegaan. Tijdens de rit naar het boomhuttencomplex kwamen we (groep van 12 man)in aanraking met het werkelijke Laos - middeleeuwse toestanden. Eenvoudige hutjes zonder elektriciteit, en waarschijnlijk onbreekt ook schoon water. Geen tekenen van werkelijk armoede - alle mensen zagen er, voor de omstandigheden, netjes gekleed uit, wat sowieso altijd het geval lijkt te zijn. Het land ademt een rare sfeer uit - eentje van complete rust. Volgens mij trekken ze weinig aan van de buurlanden, die economisch gezien razend snel groeien. Zolang je hier maar een koe en wat kippen hebt, ben je rijk. In ieder geval is de voornamelijke drank hier, Beer Lao, eigendom van de staat, een communistische wel te verstaan. Hamers en sikkels kom je hier nog veel tegen.
De Gibbon Experience zelf was zeker de moeite waard. Voor de mensen die nog geen youtube of google search hebben gedaan - de GE draait om een complex van boomhutten die verbonden zijn aan de hand van zogenaamde ziplines. Je krijgt een harnas aangereikt waarmee je jezelf kunt ophangen aan deze kabels, waarna je over het woud heen vliegt, van heuvel naar heuvel. De eerste jump was natuurlijk spannend, maar iedereen maakte hem zonder al teveel vertraging. Van daar werd het alleen maar beter. Ik heb het idee dat sommige dieptes zeker wel zo'n 70 meter tellen, maar zeker weten doe ik het niet. In ieder geval diep genoeg om jezelf af te vragen waar je nu in hemelsnaam mee bezig bent. Elke zipline, of je die nu wel of niet al had gedaan, bleef een ervaring op zich. Vooral de vliegende Pikachu deed het erg goed. Omdat je in een boomhut verbleef zonder alle moderne gemakken had we wel last van koud eten en ratten (die het ook op mijn sokken hadden voorzien), maar dat mocht de pret niet drukken. Vooral de gidsen waren erg grappig, want tijdens het wachten op onze badkamerrituelen deden zij nog snel even een dutje. Ik heb hier al meerdere plekken gezien, bijvoorbeeld de paspoort controle aan het begin van de boot, waar in de werkruimte ook een bed staat. Slapen doen ze hier graag, als het even kan.
Na de GE nog een nachtje doorgebracht in Huay Xai, en daarna met de overgebleven mensen van de GE (2 Nederlanders, 2 Canadezen en een Zweed) op de slowboat richting Pakbeng gestapt. Ook dit nam zijn tijd. We zaten op half 10 al op de boot, om zeker te zijn van een goed plekje. Rond 11en waren we nog niet weg, en we begonnen nu toch wel aardig onrustig te worden. Ineens kwam er een enorme groep backpackers aanzetten, en een van de mensen al op het schip vond het geen goed idee dat die ook op de boot zouden komen, dus ontstond er een hele dialoog met de kapitein van dat drijvende stuk hout, die ook nog eens besloot de politie er bij te halen. Uiteindelijk werd het grootste deel van nieuwe groep op een andere boot geplaatst - een met betere stoelen en die nog eerder vertrok ook. Laotiaanse logica is vrij lastigte begrijpen. Volgende keer dat ik hier ben is het motto dus niet 'be early' maar 'be late'.
Na6 uur te hebben moeten lijden (het landschap wordt al na5 minuten monotoon van aard - bergen met bomen - heel veel bomen) kwamen we aan in Pakbeng, waar het nog erger werd. Deze tourist trap is een verplichte stopover omdat de boot niet in het donker vaart (wat zeer goed te begrijpen is, want de Mekong is compleet ongepolijst en bevat enkele zeer linke rotsformaties). Toen we eenmaal weer vaste grond onder onze voeten hadden werden we aangesproken door tientallen figuren die ons kamers en drugs probeerden aan te smeren. Het dorp zelf was verschrikkelijk Disney-achtig ingericht en bomvol toeristen - een heus backpacker ghetto dus. In ieder geval is Bangkok nu niet meer de ergste plek waar ik op deze reis ben geweest. Mijn kamer besloot ik te delen met de Zweedse jongen en uiteindelijk betaalden we elk 50 baht voor de goedkoopste kamer die ik ooit heb gehad (50 baht komt neer op 1 euro en nog wat cent). Het bed was verschrikkelijk hard maar ik was zo gesloopt dat ik als een blok in slaap viel.
De volgende dag wisten we niet hoe snel we moesten wegkomen dus na het ontbijt kochten we meteen een ticket naar de voorlopige eindbestemming, Luang Prabang. Wederom 8 uur lijden en veel potjes poker verder kwamen we hier aan. Dit is het andere uiterste - de sfeer is aangenaam en cosmopolitisch, wellicht iets te cosmopolitisch. In ieder geval zorgt het feit dat dit inmiddels allemaal toeristische bestemmingen zijn voor Europese prijzen. Op de knip letten dus. Meteen gisteren even de knoop doorgehakt en een vliegticket gekocht - niet naar Hanoi maar naar Ho Chi Minh. Laos is dermate toeristisch dat ik het niet nodig vind hier langer door te brengen dan nodig is. Vietnam schijnt ook erg te zijn op dit gebied, maar ik moet mezelf daar toch nog eventjes 2 weken zien te vermaken voor ik China in trek. Als het goed is zal dat wel lukken, want in Vietnam kun je toch weer iets makkelijker het tourist trail verlaten dan hier in Laos. Volgende bericht dus vanuit Saigon!
Time Flies
Het heeft even geduurd, maar ik zit op het huidige moment aan de grens met Laos. Chiang Khong heet het hier, een klein gehucht langs de Mekong rivier. Mijn kamer heeft dan ook uitzicht over rivier, en aan de overkant ligt het grensdorpje Huay Xai. Een boot zal me morgen naar de overkant brengen waar ik na wat grensformaliteiten me in Laos zal bevinden. De lokale bus die me van Chiang Rai naar hier bracht was ook weer een ervaring op zich. Vol hier is iets anders dan vol in Nederland; mensen hingen uit de deuren en telkens als ik dacht dat de bus nu echt wel vol zou zijn kwam er toch nog iemand bij. De buschauffeur slingerde van weghelft naar weghelft om maar de vele gaten in het slechte wegdek te kunnen ontwijken. Thailand kent enkele zeer goede wegen waar je prima overheen kunt tuffen (vooral ook omdat iedereen in Thailand aan carpoolen doet... of eerder scooterpoolen), maar de provinciale wegen zijn dramatisch. Maar goed, het zijn geen grootgeldverdieners hier dus klagen kun je nauwelijks.
Chiang Rai was een goede stad om een week door te brengen. Het was niet mijn plan, maar het was nodig omdat ik moest wachten voor een plekje in de Gibbon Experience, een uitstapje naar een natuurreservaat in Laos waar ze boomhutten in de toppen hebben gebouwd, verbonden met ziplines. Zeer cool dus, met grote kans om misschien nog wat diersoorten te zien die niet in de dierentuin te vinden zijn. Ook daadwerkelijk wilde Gibbons zien zoals de naam suggereert is zeldzaam, maar ach, met de rest van de Experience zal ik ook wel genoegen nemen. Moest helaas wel wachten tot 9 november, maar dan heb je ook wat. In Chiang Rai zat ik in een perfect hostel, waar ze fietsen verhuurden en extreem lekker eten serveerden (en ijs; vier bollen voor 25 baht, zou echt hemel voor Wesley zijn). Het was er rustig en ik hoorde elke avond de verhalen aan van een continu straalbezopen Zweedse vent van 53. Ach. De uitslag van de Amerikaanse verkiezingen vond hier plaats om 11 uur sochtends, een perfecte tijd dus. Goede speeches, McCain blonk wel weer uit, jammer van die vrouwelijke fout die verdwaast naast hem stond.
3 maanden lijkt lang, maar het stelt niets voor. Ik heb nu bijna een maand doorgebracht in Thailand, en het is vrij snel gegaan. Tegen de tijd dat ik in Louang Prabang sta zal het al de 15e zijn. Omdat ik geen zin heb om het tempo aan te passen en me te gaan haasten (vooral niet in Laos, wat het meest relaxte land ter wereld moet zijn), zal ik toch wat dingen van mijn verlanglijstje moeten gaan wegstrepen, en opschuiven naar volgend jaar. Het huidige plan, en deze is nogal aan verandering onderhevig, is om kerst en oud en nieuw te vieren in Peking. Ik zou het liefst rond de 5 december de grens met China oversteken, vanuit Vietnam. Dat laat dus weinig tijd over om uitgebreid uit te wijken naar Cambodja. Ik zie wel hoe het loopt, maar ik vermoed dat Cambodja en het zuiden van Vietnam zullen moeten gaan wachten. In ruil daarvoor krijg ik wel de kans om te reizen door de fascinerende steden van China - steden met miljoenen mensen waar wij in Europa nog nooit van hebben gehoord. En in die steden staan natuurlijk ook zeer veel wolkenkrabbers, die magische constructies waar mijn hart het meest naar uit gaat. Nanning, Guangzhou, Shenzhen, Hong Kong, Shanghai en Peking staan op de lijst - al wat ik nodig heb is een Chinees visum wat ik vermoedelijk wel kan regelen in Hanoi.
We zullen zien!Just like honey
De griep waarvan ik vermoedde dat die wel weer was overgewaaid kwam begin van de week weer terug, precies toen ik in Lampang zat. Flinke hoofdpijn. Toen ik besloot niet te lang in Lampang te blijven en snel door te reizen naar Chiang Mai, liep ik door een flinke regenbui heen. Nat de bus in waar airco aan staat is suboptimaal voor je gezondheid als die al een klap heeft gekregen, dus flink ziek kwam ik in Chaing Mai aan. Was gelukkig maar anderhalve uur rijden, had niet langer moeten duren. Tuktuk maffia van me afgeslagen, snel internet cafe in. Ik vond het tijd om eventjes een pauze te nemen na 3 weken nonstop elke dag bezig te zijn geweest, dus een wat luxer hotel stond op mijn verlanglijstje. Zoals jullie uit de foto's wellicht al hebben opgemaakt heeft de tent waar ik nu verblijf een zwembad (is nagenoeg privezwembad, want het hotel lijkt bijna verlaten), en de kamer is niet mis met genoeg op tv en eens een fatsoenlijke douche. Avond van de hoofdpijn was Lost in Translation op tv - ook al heb ik die film al 15 keer gezien, het blijft een genot om hem te zien. De hoofdpijn vergat ik weer eventjes met al die beelden van Tokyo, en het gevoel dat ik er in principe zo heen kan gaan maakt het natuurlijk extra fijn. Ik weersta de verleiding nog echter eventjes.
Iedereen eindigt zijn reis in Thailand in Chiang Mai, of deze plaats vormt het middelpunt; men pakt het vliegtuig naar het zuiden waar het stikt van de eilanden met buitengewoon mooie stranden. Het is hier een beetje als Bangkok, maar kleinschaliger, en dus ook leefbaarder. Aardige mensen, wel veel toeristen per vierkante kilometer. Ik zag op tv dat ze van plan zijn om de ASEAN top (soort Aziatische variant van de EU) hier in Chiang Mai te houden in plaats van Bangkok. Volgens de regering omdat het klimaat in Chiang Mai gunstiger is, maar iedereen hier weet dat het te maken heeft met de onrust in de hoofdstad. Voor iemand die van wilde vormen van sport houdt heeft Chiang Mai genoeg te bieden - raften, rock climbing, paragliden, bungee jumpen, etc, etc. Mij kan het allemaal niet boeien. Ook de temple tours met de bezoeken aan de zoveelste tempelcomplexen en de 'hill tribes' zijn mijn ding niet echt. Ik heb in Chiang Mai eigenlijk alleen maar bijgetankt, en heb alle tours gelaten voor wat ze zijn - melkmachines. Voor mij enkel een bezoekje aan de dierentuin, fietsen naar de watervallen en daar de heuvels op klimmen (wat niet moeilijk is, want je volgt gewoon de vlaggetjes die opgehangen zijn voor diegenen die een tour doen - je kunt dus kennelijk ook gewoon je geld in je zakken houden het gewoon zelf doen, zoals zoveel dingen in Thailand die anderen, verbazingwekkend genoeg, in groepsverbandwillen doen, waarbij het enige verschil is dat je onderweg een hele gevaarlijke tijger tegenkomt die je gids moedig met mes van zich afknokt - en niemand die volgens mij in de gaten heeft dat het waarschijnlijk in scene is gezet... Wat me trouwens doet denken aan een opmerkelijk fenomeen welke ik ontdekte in Japan, waarbij mensen liever iets doen wat geld kost, terwijl het gratis ook kan - lange wachtrijen voor het dure observatorium van de Tokyo Tower, terwijl er in de stad 10 gratis observatoria zijn waar niemand komt).
De rest van de tijd heb ik besteed met nietsdoen. 4 uur bij de monkchat gezeten - boeddhistische monikken die hun Engels met je willen oefenen. Zat een jongen, in gewaad, helemaal gek van Europese muziek. Haalde zijn mobiele telefoon tevoorschijn en liet me wat van zijn liedjes horen. Het ging van Backstreet Boys naar Linkin Park. In de avonden zit ik in een internetcafe een paar honderd meter verderop, waar een heleboel kinderen zitten te gamen. Toen ze er achter kwamen dat ik Dota speel, veranderde de tent al snel in een ware lanparty. 5 tegen 5, lachen gieren. Ik versta weinig Thais, maar een man in Lopburi vertelde mij dat 'farang' buitenlander betekent. De hele tijd achter mij hoorde ik dus 'farang, farang!' terwijl ik voor de zoveelste keer werd afgemaakt - door jongetjes van tussen de 8 en 13. Veel pret dus, dit wordt de laatste avond. Morgen ga ik weer verder, voel me weer beter. Over twee dagen wil ik in ieder geval in Laos zitten, en het liefst over een paar dagen in Louang Prabang, een plek waar ik erg naar uitkijk omdat ik er veel over heb gehoord. Ik heb besloten toch maar de route met de boot te volgen, en mocht die griep toch weer terugkeren dan kan ik in Louang Prabang bijtanken, omdat ik toch wel van plan ben daar iets langer te zitten. Morgen tijd eerst naar Chiang Rai, dieper de bergen in, wat het hopelijk allemaal iets cooler maakt. Daar rond gaan fietsen - ook daar schijnt een mooie waterval te zijn.
Volgende bericht hopelijk uit Laos!
Richting Noorden
@Leonard: Special English message for you here. I hope you have a good time viewing my pictures and the videos - Im sure most of them are rather self-explanatory. I think I caught a glimpse of Elizabeth also being in the mailing list, but Im not quite sure. Anyway, as you can imagine, I'm having a great time here, so I hope I can tell you all about once Memorial Day hits again - or when I hit Sacramento, of course.
In de ochtend kwam Mr. Cha (mijn loyale tuktuk chauffeur) weer terug om mij op te pikken. Ik had al contact gelegd met een Duits paar wat ook wel interesse had, dus besloten we maar de kosten te delen. Genoeg ruimte. De drukte van Bangkok was ook wel meteen verdwenen aldaar, en de meeste tempels en ruines waren nagenoeg verlaten. De bezoekersfrequentie ligt dermate laag dat je alles op je gemakje kunt bekijken. Ayutthaya bevat naar mijn smaak veel mooiere dingen dan Bangkok - alles is wat minder gelikt, en ook zijn er veel minder mensen die je lastig vallen. Heerlijk dus om na 6 dagen in de grote stad alle rust van de wereld te hebben. Na een dagje met de Duitsers opgetrokken te hebben, die die avond ook weer verder gingen met de nachttrein naar Chiang Mai (waar elke reiziger die je tegenkomt ten noorden van Bangkok heen gaat), besloot ik de dag daarna te vullen met een beetje fietsen en een bezoekje aan het zomerpaleis van Bangpa-in. Vooral het fietsen was erg... interessant. Alles wat wielen heeft bevind zich hier op dezelfde weg: tuktuks, scooters, fietsers, auto's, bussen, vrachtwagens. Vooral bij de rotondes kan dit erg fraaie situaties opleveren, en ik kon nu niet echt een patroon ontdekken in het geven van voorrang. Sterker nog, ik kon eigenlijk helemaal geen verkeersregels ontdekken. In ieder geval was het nog geen spitsuur dus had ik alle tijd om een beetje te wennen. Toen de drukte op gang kwam en het ook begon te schemeren werd het allemaal wat riskanter en moest ik het toch wat rustiger aan doen om weer terug in het hostel te raken. In Ayutthaya is het verkeer of de mensen ook niet zo'n probleem - het zijn vooral de wilde honden. Een omweggetje via een donker straatje kan al snel betekenen dat je een groep tegenkomt. Ik keerde in ieder geval maar om naar de normale hoofdweg toen ik een groep tegenkwam waarvan er enkelen begonnen te grommen.
De reis naar Lopburi verliep vrij eenvoudig. 3e klasse, anderhalf uur gestaan. Eenmaal daar was een hotel vrij snel gevonden - op de hoek van waar alle aapjes zich bevonden. Vanuit mijn raam had ik dan ook een vrij goed uitzicht op alle aapjes, die het hier zeer naar hun zin hebben. Vooral in de meest prominente Wat van Lopburi houden zich honderden aapjes op. Het was heel makkelijk om de dag te vullen simpelweg met het bekijken van alle apenstreken. Vooral de nietsvermoedende toeristen die een aapje op hun schouder toelaten raken compleet de weg kwijt zodra andere aapjes ook besluiten dat dat een goed idee is. Snel komt er dan een klein jongetje die met ofwel een tak ofwel een katapult de beestjes verwijderen. Bij voedertijd was het een complete chaos van aapjes die in elke richting schieten om maar iets te eten te krijgen. Grote pret dus. In ieder geval is het commentaar van sommige mensen hier dat aapjes ziekteverwekkers zijn nogal... onwetend (of ondoordacht/onpraktisch), want als je naar deze regio gaat krijg je met zo'n overvloed aan ziekteverwekkers te maken dat je bij voorhand al weet dat je risico gaat lopen. Van het eten (waarvan je zeker kunt zijn dat enkele insecten er ook al van genoten hebben voordat jij het krijgt), tot de muggen (en aapjes...), de airco, de hitte en de algemene relatief-aan-het-westen bekeken slechte hygienische omstandigheden - alles is een bron van mogelijke malaise. Ik ben in ieder geval al genoeg mensen tegengekomen met griep, hoofdpijn, voedselvergiftiging, etc, etc, dat het een kwestie is van afwachten tot je iets oploopt. Je hebt het in ieder geval nodig, omdat alles in het westen zo steriel is dat je ook niet echt de kans hebt om enige bescherming te ontwikkelen. Ik krijg liever iets hier in Thailand, dan ergens in Cambodja - maar voorlopig kom ik er met een lichte griep eerder vorige week goed vanaf! Kortom, als ik hier vies van was geweest had ik ook gewoon in een veilig resort ergens in Spanje of Turkije kunnen gaan zitten - maar dit is natuurlijk vele malen boeiender!
Na Lopburi een tweede klasse express genomen naar Phitsanulok (wat een 3e klasse reis van 6 uur omtoverde tot een 3 uur durende vogelvlucht), om van daar met een groepje Belgen een taxi te huren richting Sukhothai. Dit plaatsje bevat wederom een plethora aan tempels, ruines, sommigen zelfs nog een originele staat (inclusief begroeing), en ook hier heb ik dus voornamelijk veel rondgefietst. Omdat het hier in principe gewoon het platteland is zie je ook heel veel dingen die je niet kunt zien als je dicht bij Bangkok zit. Mensen die hun vee over de wegen jagen, overvloedige rijstvelden die het zeer goed doen (er is hier wat meer regenval), verschillende ambachten - ik heb het idee dat Thailand vooral draait om Bangkok en dat alles buiten deze stad ligt voor deze stad produceert. Als Bangkok groeit, groeit het platteland mee.
Ik zit nu te wachten op de bus verder richting het noorden. Lampang en Chaing Mai zullen waarschijnlijk de volgende bestemmingen zijn. Vandaar moet ik gaan bedenken hoe ik in Laos wil komen. Er zijn in principe twee opties: richting het zuidoosten reizen om bij Vientiane de grens over te steken, of via het noordoosten van Thailand via de Mekong naar Louang Prabang. De route via Vientiane kost me 12 uur in een bus, maar zal waarschijnlijk de meest comfortabele zijn. De andere route via de Mekong kost me 2 dagen in een slome boot die dus heel pijnlijk zal zijn - maar natuurlijk veel scenischer. Het ligt er dus een beetje aan hoe ik me zal voelen als het zover is!